28 - 02 - 2017

Is cultuurbeleid in Assen Trumpistisch?

In Assen is er vanavond (28 februari 2017) een bijeenkomst over de concept Cultuuragenda 2017-2020.
De drie hoofdpijlers zijn Economie, Educatie en Participatie.

In de concept kadernotitie ‘Kleuren buiten de lijnen – het verlangen van Assen’ staat de VISIE op cultuur verwoord:

“Cultuur is van grote waarde voor de stad en haar bewoners. In het Cultuurpalet 2008 – 2012 refereerden we al aan uitspraak van Jaques de Kadt: “Cultuur is een stil verlangen”. De kunst van (gemeentelijk) cultuurbeleid is om dat stille verlangen aan te boren, tot wasdom te laten komen, omdat het op zich van waarde is, maar ook omdat die waarde door anderen gedeeld kan worden en kan helpen bij het kleur geven aan het leven in Assen. Cultuur draagt zo bij aan het ‘Bruto Nationaal Geluk’, ons gecombineerde geluksgevoel dat we vaak impliciet beleven.
Cultuur heeft in deze zin een dubbele waarde. Het gaat om de waarde van kunst en cultuur op zich: kwaliteit en zingeving, mogelijkheden voor persoonlijke ontwikkeling en het versterken van talenten. Maar ook om de waarde van cultuur op andere terreinen: cultuur is een krachtig middel om maatschappelijke en economische doelen te bereiken.
Voor ons als gemeente is cultuur van groot belang. Naast de intrinsieke waarde draagt cultuur bij aan de levendigheid, zorgt ze voor kleur en sfeer, bevordert ze het vestigingsklimaat voor ondernemers en het woonklimaat. Verder is cultuur een trekker voor toerisme. Voor het imago van de stad is cultuur een belangrijke bepalende factor. Voor inwoners is cultuur een middel om actief deel te nemen aan de samenleving en daarmee een stimulans voor sociale samenhang in de (multiculturele) samenleving.”

Tot zover de visie. Interessant is dat hierin Jacques de Kadt wordt aangehaald, want volgens publicist/columnist Bart Jan Spruyt “(…) had De Kadt er een scherp oog voor dat het socialisme niet gebaseerd kon zijn op het negatief ideaal van solidariteit als een vorm van jaloezie en ressentiment. De onderkant moet zich optrekken aan de bovenkant, en niet de bovenkant naar beneden trekken.” en “Bij dat ideaal (het cultuursocialisme) kende De Kadt ook een belangrijke rol toe aan de elite. Die diende als een soort culturele voorhoede het kwaliteitsbesef te stimuleren.”

In de tweede alinea van de Visie gaat het in elk geval nog om de waarde van kunst en cultuur op zich. Dat lijkt te duiden op de intrinsieke waarde van kunst, maar het verontrustende is dat direct daarop ook zingeving, maatschappelijk en economische doelen worden genoemd. Die wijzen natuurlijk al vooruit naar de drie hoofdpijlers Economie, Educatie en Participatie verderop in de nota. En die indeling lijkt mij toch vooral ingegeven om kunst en cultuur nuttig aan te wenden, om het te kunnen verkopen aan de Assenaar. Vanzelfsprekend horen de drie pijlers ook thuis in de nota, maar de ‘waarde van kunst op zich’, de intrinsieke waarde, lijkt daarmee al snel buiten het zichtveld geraakt.
Ondanks het feit dat alle instellingen kunnen meepraten zijn er met de drie pijlers wel vooraf politieke keuzes gemaakt, veilige en voorzichtige keuzes die erg op de Assenaren gericht lijken te zijn, op de in zichzelf gekeerde stad. De ‘intrinsieke waarde van kunst en cultuur’ laten we daarmee graag over aan anderen, aan de elites en elitaire instellingen achter de denkbeeldige muur. Assen eerst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *