Pandemisch, bespreking door Jurjen K. van der Hoek.

Geen troostrijke gedichten in bundel Pandemisch

Troost zoeken bij elkaar, in de armen vallen. Tja, dat gaat nu even niet. De ander aankruipen en lieve woordjes fluisteren, knabbelen aan een oor. Maar nee, dat is er nu ook niet bij. Zelfs een opbeurend klopje op de schouder moet achterwege blijven. En als dan de fysieke bemoediging niet kan, dan grijpen we naar de digitale pen. Zoeken het in woorden, die zinnen zetten in verzen en liedjes. Om de op de loer liggende stress van ons af te schrijven. Of de omgeving tot in de kleinste details vast te leggen. We zoeken elkaar in de communicatie op sociale media. Spammen onze medemens via bijvoorbeeld Facebook, Instagram en Twitter met naar ons idee opwekkende posts. Troostwoorden, steunbeelden, een gedicht of foto als ruggensteun.

Dat is wat Adrie Krijgsman met afgrijzen aanziet en ver van zich afschuift. Hij is niet de dichter van de valse emotie. En wilde zelfs niet schrijven, omdat hij allerlei van die goedbedoelde rijmelarij voorbij zag komen. Hij is niet van zo’n soort in zijn ogen goedkope poëzie, dat die titel eigenlijk niet kan dragen. Krijgsman gaat beter tekeer op papier, schoppend ook tegen voor anderen heilige huisjes. Toch zette hij zich achter het toetsenbord, noodgedwongen eigenlijk want een dichter moet nu eenmaal dichten. Dat zit in zijn DNA. Een heilig moeten. Hij kan zich niet anders uiten. Schrijft over wat hem bezig houdt. Dat is dus in dit geval de pandemie, het coronavirus en het hele gedoe daar omheen. Iedereen heeft daarmee te maken. Het is in de wereld ingedaald, deel van ons ieders leven. Krijgsman kon er kortom niet omheen. Gelukkig maar, want het heeft geresulteerd in een meer dan leesbare bundel. En er volgt meer. Want je kunt je opsluiten tegen het virus, maar niet afsluiten van de mensheid.

“Pandemisch” gaat over het virus, over afstand houden, over mondkapjes en de lockdown – het van hogerhand opgelegde thuis blijven. “thuis door een volgzaam geweten in zelfisolatie”. Het komt in omfloerste termen voor in de gedichten, niet omdat er niet over gesproken mag worden maar om de verzen tijdloos te houden. Actueel voor vandaag en later, voor nu en dan. Krijgsman schrijft in een losse stijl. Zijn zinnen kloppen melodieus, zingen voor mijn ogen. Ritmisch bewegen de woorden op papier zonder te rijmen.

Toch laat Krijgsman in het eerste gedicht meteen al weten waar hij in de bundel staat en wat hem bezig houdt. “altijd omhelzingen trouw geweest / groeten we nu (terloops) op onschuldige afstand – / twee armlengtes is het advies” Hij ziet terug op het normaal, dat toen heel normaal leek maar nu abnormaal is. Krijgsman schrijft niet de pandemie van zich af, maar ziet het aan en vindt er wat van. De zorg, de kerk, de nee-roepers, de meeklappers, de hamsters. Ieder heeft een stem, elk krijgt het woord. Alles sleept de dichter met kop en staart erbij, iedereen gaat met de kloten voor het blok. Vooral het afstand houden is onderdeel van de woorden tot zinnen in verzen, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van deze tijd. De mens als kuddedier wil zich tegen de ander schuren, een hand geven. Het is moeilijk te normaliseren dat dit niet (meer) kan. En dan de mondkapjes, de eeuwige discussie. “we raken de piraten maar niet kwijt / de menselijke vrije radicalen / althans: de vrije drugsverslaafden / hormoongedreven dopaminedrifters – van hot naar her / met zonverbrande huid / met koperfluit / met snarentrom”

Er komen grote denkers voorbij in de teksten. Hun gedachtengoed past even goed in het fragmentarische verhaal. Krijgsman denkt met hen mee en sluit zijn gedachten erbij aan. Marx, Hegel, Van Ostaijen, Vandersteen en Don Quichot. Ze worden ingevoerd in de corona problematiek. En veteraan Moore die gesponsord veel kilometers liep, en de brute dood van Floyd die een wereldwijde protestactie deed uitbreken. De demente oude man in het 38e gedicht. “ah ben jij het? ik zie het nu pas / kinderlijk verrast” De lockdown betekent niet dat de ogen gesloten zijn, de oren dicht gestopt voor wereldnieuws. De voelsprieten staan op scherp. In gedachten en door de handen van Krijgsman worden het meestentijds belerende gedichten daarom. Bozig ook, maar nergens gaat hij over tot schelden en vloeken. Want goede gedichten zijn niet gebaat bij zware emoties vindt hij. Daarom klinken de woorden vaak met een ondertoon van cynisme. Het gram halen moet toch ergens een uitweg vinden en krijgen. “rustig blijven onder rivalen zonder verhaal / rustig blijven bij stokkende taal van kompanen” De pandemie maakt creatief, maar stompt ook af. De ernst wordt niet gezien, wanneer het snijdt in de beurs. Geld blijft meer belangrijk dan wat ook, dus doen we niet meer mee. Ze willen hun knuffeltje terug, en wel meteen. “zij neuriën voorzichtig het lied van de engel des doods”

Adrie Krijgsman gaat speels en vrolijk om met de opgelegde beperking. Hij laat zich er niet door kisten of op de kast jagen. Spitsvondig schrijft hij toch de emotie van zich af. Ik kan me erin vinden. Het sluit aan op mijn beleving. Troost het me, nee dat niet. Het sterkt, door te weten dat er mensen zijn die woorden kunnen geven aan mijn gevoel. Op dezelfde golflengte zitten. “over de bekende weg / over de uitgestippelde weg / over de kerende dikke-pech-weg” De onbenullen sleepten ons de tweede golf in. Maar met Krijgsman in gedachten en op zak surf ik hoog en val niet diep. “we gaan ervoor! de kater komt later”

Het gaat steeds daar over, wel 40 gedichten lang. En dan is Krijgsman er nog niet uit. Het C-woord blijft lang na deze bundel “Pandemisch” door etteren. Maar in de serie vond ik toch een vers dat verademend lijkt ergens anders over te gaan. een droombeeld, onwerkelijk. “droomde vannacht / van een winterse wurgslak / het zal de dagsleur geweest zijn / voorafgaand / het re-pe re-pe re-pe-terende / tering naar de nering zetten / in figuurlijke zin – nergens heen! / waarom winters? : wit! / het slijmerige lichaam / strak om het vooruitzicht aangetrokken / de ademtochten van de dood al… / wist ik dat vlak naast mijn bed / er een zoutvaatje stond”

Bundel “Pandemisch – COVID-19 gedichten”, poëzie van Adrie Krijgsman. Uitgave Brave New Books, 2020, ISBN: 9789464182866 – 56 pagina’s – € 14,95

Jurjen K. van der Hoek,
jurjenkvanderhoek.tumblr.com 13 nov. 2020.

Pandemisch – COVID-19 gedichten

Natuurlijk is een ‘echte’ bundel leuker.

Maar wil je toch een koopje, of hem eerst inzien, dan is hier een gratis pdf-versie.

Te bestellen bij de uitgever of bij je favoriete boekhandel
EAN 9789464182866
En hij ligt op voorraad bij Van der Velde Boeken in Assen.

Ook mijn iets oudere boeken zijn nog te bestellen, voor een overzicht klik hier.

Ik doe niet meer mee

[303] Hoewel menigeen in onze verwenningsbroeikas nog heerlijk op een terras vertoeft, is de herfst toch echt officieel begonnen, zij het weerkundig met de kalmte van een hibernerende beer. De vaak aan dit jaargetijde toegeschreven onstuimigheid heeft zich op een ander vlak al in de voorbije zomer afgespeeld en de naweeën van deze zomerse onstuimigheid laten zich nu, met geanticipeerde vertraging, vertalen in stijgende infectiecijfers. Om die reden wordt er in verscheidene landen van een tweede golf gesproken en worden er weer drastische maatregelen ingevoerd in een poging het stijgende aantal besmettingen omlaag te brengen. Zo worden er beperkingen voor de horeca ingevoerd, beperkingen voor groepsbijeenkomsten en worden er in onder meer Spanje en Frankrijk opnieuw (nu regionale) lockdowns verordonneert. Tegen die (dreigende) lockdowns en de nog geldende maatregelen in het algemeen heeft in ons land weer een aantal ‘Bekende Nederlanders’ van zich laten horen. Nadat eerder het coronaliedje van de BN’ers volslagen mislukt was moest er een nieuwe actie komen – want om bekend te blijven moet je wel in het nieuws blijven – nu onder de hashtag #ikdoenietmeermee en wordt er tegen de overheid geageerd met de slagzin ‘Alleen samen krijgen we de overheid weer onder controle, ik doe niet meer mee, free the people.’ Vooral dat laatste, dat ‘free the people’ getuigt van een aandoenlijke naïveteit. De actie is gestart door de Trumpiaanse volksmenner en sekteleider van ‘Viruswaarheid’, Willem Engel, en is vooraf gecoördineerd in een appgroep die mede is opgezet door de ‘bekende’ actrice Dorien Rose Duinker (nooit van gehoord). Eén van de toppers in deze actie, zangeres en influencer Famke Louise (nooit van gehoord), heeft in het praatprogramma Jinek gereageerd op de ophef die is ontstaan over de hashtag #ikdoenietmeermee. ‘Deze hashtag was nodig om mijn verhaal te kunnen doen’, zei ze. Zo is dat Famke, als influencer moet je wel ‘je verhaal doen’, maar moet je niet aankomen met verhaaltjes over zaken waar je de ballen verstand van hebt.

Viruswaanzin … ?

*
voor zo zijn onze manieren staan zij (met een protestbord)
te prijken de rijke / middeleeuws gezeten ridders
van de gulden / aangespoord tot het historische normaal
van voor de sporenslag – tot eer en glorie van het eigene

vaak lieden met een leenroerig belang / nog voor het einde

van de dag / willen zij à la minute hun knuffeltjes terug
de warme kus des doods / au bain-marie / de blootgelegde
lengte van het meetlint opgerold in zijn omhulsel (vlug)
omdat het meten voor de ridders geenszins weten is

de hooggeheven (middel-) vingerstijfte wijst naar Fuck
de reutelende longvis voorhistorisch op het adembed

ik wil het vet van ongeremd verderf / ik wil
de liederlijke lust op zuidelijke zuipkust hier
en speelveldgroen voor de miljoenendans
ik wil / sjansen op de Élysées / ik – dikke / Rammstein
dampend / stampend op de reutelborst desnoods
rammend / roekeloos ronkend schemerdonker
verdomme! / En al wie met ons mee wil gaan
die moet onze manieren verstaan / versta je?!

2020 Adrie Krijgsman

Systeemgedachten tijdens corona

[244] Omdat ik zelf een biosysteem binnen een groter biosysteem ben, heb ik (je zou kunnen zeggen: door interventie-ervaring wijs geworden) vaak de neiging om bij problemen het systeem een kans te geven om oplossingen te vinden, om genezing te bewerkstelligen, of in alledaagser bewoordingen: om het zelf maar uit te zoeken! Niet uit luiheid, maar omdat het middel vaak erger is dan de kwaal. En met altijd in mijn achterhoofd de dichtregels van Leopold:
‘Hoe ook het lot met kwelling u mag slaan,
weest stil, gij maakt het erger, laat begaan;
wie duwt de golven van de zee terug?
het pogen zelf doet weer een golf ontstaan.’

Zowel bij geduvel en verstoringen in mijn eigen organisme, met gelukkig zelden noemenswaardige kwaaltjes, bij verstoringen dus in mijn fysiek-mentale constellatie, en eveneens wanneer deze plaatsvinden op een extensiever maatschappelijk niveau, is het dikwijls onverstandig om ogenblikkelijk te interveniëren, om maar direct met radicale oplossingen te komen. Om die reden ben ik ook een betrekkelijke ‘zorgmijder’ omdat de meeste pijntjes vanzelf wel overgaan. En dat is niet omdat ik wantrouwen koester tegen de wetenschap, of geen fiducie heb in deskundigen, al heeft dat wel zijn beperkingen omdat er veel pseudodeskundigen rondscharrelen die een graantje mee willen pikken, maar het is meer omdat ik in eerste instantie wil uitgaan van de eigen kracht van het ‘systeem’, van zelfgenezing, van zelfherstel. Soms kan niets doen dan een goede optie zijn, zoals ik op internet over covid-19 ergens las, naar aanleiding van het kwatrijn van Leopold, ‘wees stil (…) laat begaan’, dat zelfisolatie in de huiselijke stilte (en daarmee het virus even laten begaan) geen slechte remedie is gebleken.

Ook, en ik realiseer me dat ik velen daarmee tegen mij in het harnas jaag, met de ‘black lives matter’- demonstraties, die plotseling door één gruwelijke video oplaaien, denk ik: laat nou even! Want het veronachtzamen van de covid-19 maatregelen kan op termijn weleens tot meer slachtoffers leiden. En hoe meer infecties, hoe groter het aantal doden en hoe groter ook de economische ellende, en dat zijn allemaal factoren die extra nadelig zijn voor de zwarte minderheid waar de demonstranten nu juist voor opkomen. Zo is het dus maar de vraag of het discriminerende virus, en ik zeg er nadrukkelijk bij ‘op het moment’ niet erger is dan het menselij-ke racisme. Een andere vraag is of de antiracisme-acties in coronatijden niet op een andere, hedendaagsere manier gevoerd kunnen worden, niet meer op middeleeuwse wijze te hoop lopen voor het paleis van de koning, maar … In Europa is het dan vreemd genoeg de ‘Kaukasische’ medemens, de witte mens die zich soli-dair toont met de African Americans en met de ‘black lives matter’ in algemenere zin. Een solidariteit die we volgens mij in veel mindere mate bij andere demonstraties tegenkomen. Niet dat die solidariteit onterecht zou zijn, integendeel, het is alleen maar te prijzen, maar het wekt ook het vermoeden van het wegpoetsen van een (historisch) schuldgevoel, zodat we over enkele weken weer ‘gelouterd’ kunnen terugkeren naar het ‘normaal’, waarbij het nog maar de vraag is of dat normaal ook een ‘nieuw normaal’ is én waarbij het nog maar de vraag is of we dan afzien van iPhones omdat ook bij het vergaren van grondstoffen daarvoor de zwarten als pseudoslaven nog altijd worden misbruikt.

Via zelfgenezing en zelfherstel, woorden die ook lexicografisch dicht bij elkaar liggen, was het maar een klein sprongetje, niet meer dan een stapje eigenlijk, naar zelforganisatie, naar het proces waarbij er in een chaotisch systeem automatisch nieuwe structuren ontstaan omdat de onderdelen van het systeem, zolang er energie aanwezig is, ongeleid interacties met elkaar aangaan. Zelforganisatie wordt vaak veroorzaakt door willekeurige (stochastische) fluctuaties die versterkt worden door positieve terugkoppeling. Anders dan in een deterministisch proces, dat naar een bepaalde, noodzakelijke uitkomst leidt, verloopt een stochastisch proces volgens toevalligheden en zijn de uitkomsten niet van tevoren bekend.

Dit ‘systeemdenken’ heeft in bijvoorbeeld de sociologie geleid tot de afbouw van het enge natuurwetenschappelijke model. Zo ontwikkelde Talcott Parsons in de jaren 1960 een ‘grand theory’ over de sociologie, waarin economie, biologie en politicologie werden gecombineerd binnen de systeemtheorie. Actueel op dit moment van ‘black lives matter’ is zijn onderzoek naar burgerschap in de VS en waarom zwarten daarvan werden uitgesloten. Andere minderheden, zoals Joden en katholieke Ieren, die evenmin aan het Amerikaanse ideaalbeeld voldeden, werden wel als volwaardig opgenomen, dus waarom zwarten niet? Het verschil bleek er uiteindelijk in te zitten dat andere groepen ‘vrijwillig’ waren gekomen en de zwarten als slaven waren ingevoerd – en niet vrijwillig naar het ‘beloofde land’ waren gekomen. Omdat ze dus niet vrijwillig naar het land van hun keuze waren gekomen, maar zij tegen hun zin in een ‘vijandig land’ waren geïmporteerd, werden ze als vijandig en inferieur beschouwd en de blanken vreesden dat de natie in moreel niveau zou dalen als de zwarten volwaardige burgerrechten kregen. De oplossing was volgens Parsons dat zwarten zich zouden opwerken door scholing om zich op die manier van het stigma te bevrijden. Een oplossing die voor een groot deel goed heeft gewerkt, hoezeer momenteel de zaak ook escaleert.

De theorie over complexe systemen heeft ook geleerd dat sociale interactie wordt geordend door zelforganisatie, veel meer dan door overheidsbeleid. De socioloog Herbert Spencer opperde als eerste het idee de samenleving te beschouwen als een sociaal systeem en vergeleek haar met een biologisch organisme. Hij vergeleek daarbij de bloedsomloop met het economische handels- en ruilsysteem en het zenuwstelsel met de overheid. In de jaren 1960 kreeg het structuralisme, waarbij ook het concept van het systeem als een geheel van elementen en relaties centraal staat, steeds meer aanhang, als vervanging van het oudere existentialis-me dat veel individueler was gericht, veel meer op actieve zelfrealisatie.

Een voorbeeld van zelforganisatie is het ontstaan van orde in een doos met kleine en grote ballen als deze in een zwaartekrachtsveld wordt geschud. De kleine ballen zullen dan uiteinde-lijk onder in de bak komen te liggen. Er is dus door een willekeurige handeling (het schudden) orde in de wanorde gekomen. In dit voorbeeld is er een energievoordeel voor de kleine ballen in het systeem, zij vallen als het ware tussen de openingen die de grote ballen openlaten door naar beneden. Dit effect komt in de praktijk voor in bijvoorbeeld pakken muesli waar de grote nootjes boven op de kleinere en ogenschijnlijk lichtere havervlokken terechtkomen. Als we dit voorbeeld nu eens sociologisch gaan benaderen zouden we zomaar uit kunnen komen bij een top van ‘groten’, van oligarchen, presidenten enzovoort. Met op de bodem altijd weer de kleine man, de uitgebuite migrant, de min-geachte enzovoort.
Sociale systemen die in evenwicht trachten te blijven door zelfregulering (homeostase), door het handhaven van (vaak ongeschreven) regels, maken gebruik van het moreel besef en de gedragsnormen van de groepsleden. Als deze zelfregulering niet of onvoldoende werkt, bestaat het risico van ingrijpen door derden, door het opleggen van bepaalde regels (China in Hongkong, Trump bij de demonstraties in Washington DC). Een verstoord evenwicht in een (sub) systeem draagt dus risico’s in zich, die dan binnen een hoger, of een groter systeem worden ‘opgelost’.

En zo kwam ik uiteindelijk terecht bij het postmoderne schuim van Sloterdijk, waarin ik nog aan het lezen ben (en waarvan veel mij nog onduidelijk is) over de opstanden tegen het (neo) liberale individualisme en tegen de antigodsdienstige reflex in de steeds snellere beweging van de moderniteit, met uiteindelijk de vraag hoe de individuele schuimbellen, die samen het schuim van de wereld uitmaken, tot samenleven in staat zijn. Een vraag die ouder is dan Sloterdijk, en die ook mij wel zal overleven, maar vertrou-wende op zelfregulering van het systeem … tja, ben ik, als schuimbelletje, tot zachtjes, met een plopje dissolveren gedoemd.

Herdenking frontlijnwerkers

In het Verenigd Koninkrijk werd op 28 april 2020 een (zeer indrukwekkende) minuut stilte gehouden voor de door corona gesneuvelde frontlijnwerkers. Het inspireerde mij tot dit gedicht:

*
staan blauw op rij in de regen
in transparante isolatiejassen / in leegte gebeiteld
en sinds de eerste golf nog nauwelijks opgewassen /
stijf in de tijd (sloeg tijdelijk wijsheid weg) met na de tijd
een indringend pleidooi voor beschermende kleding

op andere plekken zwartgeel – de meesten in spreidstand
voor signaalrode bussen / handen gevouwen /
achter olijfgroene tafel de eerste minister
met strak in de kleren zijn kernkabinet
piloten in rood / burgers – doodgewone burgers
in hun dagelijkse kloffie in de tijd – de stiltetijd –
de landelijke stiltetijd / de herdenkingstijd
voor omgekomen helden / een eerbetoon / een minuutje

daarna terug naar de coronastrijd
naar de frontlinie : naar de sprakelozen … naar de ademlozen

de handen voor de mond geslagen
dochters van veteranen (captain Moore)
uit buitenlanden soms / tranen
(ook ik was vroeg mijn moeder kwijt)

de tijd – een minuutje voor de doden
de roosters worden aangepast
tijdelijke goden – nieuwe goden / worden ingewijd
toegewijd – omdat het ook doorgaat!

Thuisonderwijs – de lijdensweg

In Covid-19 tijden plaats ik regelmatig stukjes op Facebook, soms met thuisonderwijs in de titel, zo ook deze:

[122]   Duitsland heeft besloten om de grens met Nederland voor het niet-noodzakelijke grensoverschrijdende verkeer te sluiten. Nu, een krappe week later op Witte Donderdag, wordt er over nagedacht om deze maatregel volgende week alweer in te trekken. Je hoeft niet echt een complotdenker te zijn om dan toch bij een Paasdealtje met Nederland uit te komen, mede omdat Nederland zo’n beetje tegelijkertijd heeft besloten om tijdens het Paasweekend de Duitsers bij de grens tegen te gaan houden. Dit alles gebeurt vermoedelijk om de oprukkende hordes naar de Keukenhof en de stranden te voorkomen, hordes die daar de anderhalve-metersamenleving in groepjes van maximaal drie zouden kunnen gaan verstoren.
            De laatste keer dat Nederland de Duitsers aan de grens probeerde tegen te houden was voor zover ik weet in 1940, toen de poging, zoals bekend tot schade en schande, faliekant mislukte. De invasie van toen is natuurlijk op geen enkele wijze vergelijkbaar met het toeristische verkeer van nu, maar het zette mij wel aan het denken over het begrip vijand; min of meer aanhakend bij het toerisme in Amsterdam van voor de Covid-19 crisis, wat toch door velen als een soort permanente vijandige invasie werd gezien, waarbij de gewone Amsterdammer onder de voet werd gelopen.
         Het begrip vijand is in de loop der jaren, in de loop der historie & misschien wel in de loop van het voortschrijdend inzicht, naar mijn indruk danig veranderd. In veel gevallen is het woord vijand – en dus ook de vijand in traditionele zin, want er is samenhang tussen woorden en werkelijkheid – vervangen door het woord concurrent, door concurrerende economie, door samenwerkingspartner binnen grotere economische en of handelsstructuren enzovoort. Waar we voorheen met een leger ongegeneerd & met veel wapengekletter aan ‘landjepik’ deden, worden oorlogen nu met economische middelen uitgevochten, met monetaire strijd, met belastingparadijselijk genot, met octrooien, handelsboycots, met het opkopen van exploitabele gronden enzovoort. Het zijn vandaag de dag niet meer de legers die plunderen, maar keurige democratieën, keurige corporaties, keurige CEO’s in driedelig pak. Hoed u voor keurigheid!
         De ‘primitieve’ wapenkletterende oorlogen die nu nog gevoerd worden hebben voornamelijk een religieuze achtergrond. Hoed u voor religie!

Cijfers

zonovergoten microbiotische morgen, dezelfde, met licht geschilderde hoofden die spreken, nog steeds
in onuitspreekbare cijfers,

de klimmende grafieken, de tomeloze val van diagrammen, van de geworvenen, van de verdorvenen
in onuitspreekbare cijfers,

de zorg om de tekorten, om wat verloren wordt en is, om wat nooit aankwam of verdwenen is
in onuitspreekbare cijfers,

de gram en de gal, zij die gaan en beklijven, de zuchtende zorg nu de morgen weer aanvangt
in onuitspreekbare cijfers,

de koningsparen troostend bij bejaarden, de presidenten, landgenoot en vreemdeling, allen die in droom en daad deskundig zijn
in onuitspreekbare cijfers,

blauwe kleding, maskers, brillen, in wandelgangen, thuis in quarantaine of in een tweespraak, onherkenbaar, allen gillen
in onuitspreekbare cijfers,

om mondkapjes, bedden, beademingsapparatuur, om veilige condities om ook morgen
in onuitspreekbare cijfers,

besmet op het werk, op vakantie en biddend onder Gods bescherming in de overvolle kerk
in uitspreekbare cijfers,

in de oorlog tegen het virus de dode dokters, gesneuvelde verplegers, het ambulancepersoneel op de tenen
in onuitspreekbare cijfers,

de onuitspreekbare liefde, het onuitspreekbare leed, de onzin, de waanzin, de hoop
in onuitspreekbare cijfers

© 2020 Adrie Krijgsman