Liefde in tijden van cholera

Op mijn Facebook-account ben ik door Sytse van Goor genomineerd om tien dagen een boek (met foto) te plaatsen dat mij het meest beroerd heeft.

Why me? aangezien ik meestal wars ben van dit soort activiteiten. Maar goed, het hoeft niet tien dagen op rij begreep ik, ik kan er de rest van mijn leven voor uittrekken.

… dat mij ‘beroerd heeft’. Het woord beroerd is al beroerd, veel te emo! Dus vermoedelijk komen er ook wel boeken waar ik wat van geleerd heb, die interessant waren, etc. We zullen zien.

Laat ik vanwege het beroerde ‘emo-gehalte’ dan maar beginnen met één van de boeken die mij daadwerkelijk beroerd hebben. Elk boek heeft in een mensenleven zijn eigen tijd en plaats – de context is, zoals altijd, daarbij van wezenlijk belang en die context was bij mij in de tijd dat ik het boek las prominent ter zake doende aanwezig. Dank C ❤️.

Liefde in tijden van Cholera, van Gabriel García Márquez, is zo’n boek. Hoewel liefde natuurlijk een, laat ik het eufemistisch zeggen, ingewikkeld begrip is, waarbij allerlei fysiologische zaken (feromonen, hormonen) een rol spelen, en de lengte ervan kan variëren van zeer kortstondig tot eeuwigdurend, kunnen we er geen van allen omheen.

Liefde in tijden van Cholera gaat over de ‘onmogelijke ware liefde’, zo’n eeuwigdurende liefde en de eveneens eeuwigdurende poging om die te bereiken. Geef nooit op!
In het boek van Marquez komt het uiteindelijk goed. De werkelijkheid is vaak minder romantisch dan de roman en niet elke ware liefde blijkt uiteindelijk ook de ware te zijn.

Of ik de ware zelf heb gevonden? Meerdere malen. Gelukkig wel. En ze zijn me allen nog steeds zeer dierbaar.

We kunnen Liefde in tijden van cholera zien als een voortdurend blijven streven naar de ‘ware’ liefde tussen man en vrouw. We kunnen het ook breder interpreteren naar een uitgebreider liefdesbegrip; voor het leven, voor de natuur en vul zelf maar in. De essentie is het voortdurend blijven streven naar dat wat van essentieel belang is.

Rebel voor het leven

Grond verzet en bemest. Moedig de doornige
struiken gesnoeid. Hard zaad uit de peulen gewerkt.
Gedachten aan Manhattan uit mijn hoofd gezet.
Nu ziet de tuin er weer keurig uit en ben ik het
met al die overdreven geuren zat voor deze dag,
de rest komt morgen wel.

Hé, tovenaar met grauwe staar, we zijn wel klaar vandaag.
Kom mee met deze superdel. Naar killerkat.
En ook de hond moet nog op pad.
O ja, met miep zou je haar werkstuk
nog bespreken en haar met goede tips bestoken.
Eten koken? Nee, geen vlees!
En als reserveslet wil ik vandaag
eens vroeg met jou naar bed,
als vetbol voor de pimpelmees – erotisch vreten!

Tandje minder? vroeg de tandarts, barsig.
Klare taal, maar niet waar ik op wachtte.
Misschien dat instortingsgevaar ons nog een keer
terugleidt naar het plaats delict, maar liever niet.
Er is nog meer te doen dan keer op keer de boel
te schragen vanwege die altijd slappe overlegcultuur,
zonder dat er op den duur een antwoord
in het vooruitzicht komt op achterliggende vragen.

In den beginnen was het woord, het tweede woord
bekoorde ook en daarmee was de pet gelicht
voor het ontstaan van een gedicht:
een ode aan klimaatrebellen.

Haar moeder had de dorpstandarts getrouwd,
haar vader bleef zijn tuinvrouw trouw,
dat was naast aangenaam ook praktisch
en ging zelfs zonder schuldgevoel, zonder berouw.
Ze gingen vaak op pad. Na al die jaren, zomaar
ergens heen waar de natuur nog relatief herstelbaar was.
Te nat voor vuur maar droog genoeg om lang
te bivakkeren. Te voet naar het Siberische geluk
op nukkige Hollandse rede, tijdens regen,
tijdens een mandala tekendag in het buurthuis,
voor bejaarden – geeft weliswaar het antwoord
op ons klimaatvraagstuk niet,
maar doet de natuur ook geen schade.

Of het natuurlijk was, is een tweede,
maar cyclisch gezien hield het huwelijk stand;
een solide gebouw door vastgoedboys geprezen
en toch werd het tijd om sloop te gaan vrezen,
omdat de gemiddelde grondprijs van gezondheidszorg,
als ook de kubieke inhoudsprijs van liefde
drastisch was gestegen. Het werd dus tijd
het huwelijk lucratief te gaan ontknopen
en alles prijzig te verkopen aan een aangetoond malloot;
geen grauwe staar maar klip en klaar
de ecologische contanten voor een solide vereffenaar
vergaren. En dan?
Zeilen over de baren, onder een aangepast program
dat eerlijk recht doet aan de dreigende gevaren.

© 2018 Adrie Krijgsman

Raymond ten Berge overleden


Deze week is in Assen Raymond ter Berge op 79-jarige leeftijd overleden. Ik kende hem van ongeveer twintig jaar geleden, van een poëzieproject bij DeFKa. Daarna had ik hem jaren niet gezien en de afgelopen paar jaar weer wel, voornamelijk op de terrassen bij De Koppelpaarden en Lodewijk Napoleon, waar hij regelmatig een wit wijntje dronk. Niet slechts genietend, maar echt savourerend.
Voor mij was Raymond een markante en aimabele Assenaar. Niet een die bij De Wereld Draait Door Assen ‘op de kaart’ zette, een beroemd Rotary-lid was of ging hardlopen voor KiKa. Als niet-schreeuwer kwam hij daardoor vrijwel nooit, of helemaal nooit in de publiciteit.
Raymond was hoofdredacteur van Schoon Schip, voor zover ik weet het enige literaire blad dat in Assen ooit geproduceerd is. En dit jaar was de 25e jaargang. Toch een aardige prestatie, zou ik denken.
Naast poëzie werd het blad grotendeels gevuld met stukken die Raymond zelf schreef over Drenthe in relatie tot de Vikingen en ook de Egyptische en Griekse mythologie. Voor mij was dat volslagen nonsens, maar ja, ik houd weer wél van gewaagde theorieën. Mits goed onderbouwd. En daar schortte het bij Raymond naar mijn maatstaven wel aan. Ik zag het dan ook beslist niet als wetenschap, maar als fictie was het wel leuk. Ook hebben een flink aantal Assenaren, waaronder ikzelf, in Schoon Schip gepubliceerd.
Nee, Raymond was niet wereldschokkend. Wel markant. En het zijn juist die markante types die het leven aangenaam maken. Dank daarvoor Raymond.

HERFSTSONATE

gisteren op een terras
vandaag door najaarsgras en struikgewas

herinnerd aan Charlotte
uit de herfstsonate van Bergman

wandelend langs warme
raatakkers en tumuli
langs bramen die op Klimawandel
al verdroogd zijn voor ze rijpen

herfstvertering
drijfmest
kutmuskieten zoemend in de late rozen
tussen het lover

wat tover jij hier?

ik schrijf gedichten
voor mijn plezier

oké wij laten u begaan
maar ter voorkoming van gezeik
toch liever buiten ons bereik

want steeds die verdroomde afwezige lieden
die verrieden dat zij hier …

ik blijf hier echt niet hangen
bij een verstoorde prelude in A mineur
en beluister de herfst dan liever thuis
achter mijn eigen deur

Ronald Hünneman over hedonisme

Vanavond was ik aanwezig in Podium Zuidhaege in Assen bij de lezing van filosoof Ronald Hünneman over hedonisme.
“Wat hedonisten gemeenschappelijk hebben is dat ze denken dat het leven geen zin krijgt door een goddelijke verordening of door abstracte principes.”

De vraag naar de zin van het leven lijkt me zo zachtjesaan wel beantwoord en is in mijn context niet interessant meer.

Abstracte principes daarentegen wel, omdat ik ergens een discrepantie bespeur tussen het kleine(re) familiaire en provincialistische groepsdenken in combinatie met een meer figuratieve kunstopvatting en de wat mondialere wil om de wereld te veranderen/verbeteren in samenhang met de waardering van abstractie in denken en ook kunst.

Hünneman schonk nogal veel aandacht aan Michel Onfray, die zich als hedonist in een anarchistische traditie plaatst.
Iedereen mag natuurlijk hedonist zijn, maar op mij kwam het nogal ‘kleintjes’ over. En ja hoor, ik wil ook best een beetje hedonist zijn met lekker eten en een lekker wijntje, maar het is mij nogal aan de beperkte kant, terwijl het anarchisme toch meestal ook wel verder kijkt dan het dagelijks genot hier en nu.

Ik lees liever Heidegger en Kant dan Onfray en kauw me liever het rampetam op een bruine boterham met kaas dan dat ik een McFlurry eet. Ieder zijn meug.

Wel vond ik de lezing … laat ik zeggen publieksvriendelijk. Het woord populistisch drong zich op maar dat heeft weer teveel andere connotaties. Onderhoudend. Niet te moeilijk. Veel zaken die het publiek graag hoort over kinderen en naaste omgeving, lekker eten en seks.

Zelf waag ik me straks voor het slapen gaan weer lekker aan die sikkeneurige Schopenhauer (maar wel een goede stylist!)

Organisatie De Verdieping.

onzeker gebied

Mijn nieuwe bundel ‘onzeker gebied’ is binnen. Bij mij te bestellen voor € 10,- incl. verzendkosten.

Hier is de gratis digitale versie te lezen:

Vriend en collega-dichter Egbert Hovenkamp II schreef over deze bundel:

“Dit is het vierde gebied (na “schraal grondgebied”, “verwoord gebied” en “ongerieflijk gebied”) waarin Adrie je meeneemt op een reis waar binnen buiten is, waar kennen weten is. Je zit naast hem en kijkt, je zit naast hem en luistert. Wat hij ziet zie je met hem mee. Hij weeft er mythologische figuren doorheen uit een oudheid die zich ongedwongen naar nu verplaatst.
Het is poëzie die leeft, levendig is en mijmert, mijmert in stilte, mijmert met een glimlach ook. Het is sprekende poëzie die aan- en uitspreekt. Om in te nemen. Om door te slikken.
Het is een gebied waar geleefd wordt en Adrie tekende dat als poëzie op, eigenzinnig en in onzekerheid gedrenkt. Waardevolle poëzie. Het moet gezegd en dat doe ik.”

Mannes – beeld station Assen

Vandaag is Mannes op het stationsplein van Assen geplaatst, al wordt hij pas op dierendag ons officiële stadsicoon.

Als altijd zijn de meningen verdeeld en op social media vinden we naast alle superlatieven ook wat kritiek. Tegenstanders vinden dat het beeld van Nio en Serafijn niet bij Assen zou passen. Ik ben het daar niet mee eens. Het is een prachtig, zij het wat prijzig decoratief beeld – gelukkig geen kunst, want daar heeft de gemiddelde Assenaar niets mee – dat met veel vakmanschap gefabriceerd lijkt te zijn.

Het is ook een realistisch beeld, (Noordelijk) realisme dat in Assen toch altijd hoogtij viert. Niet abstract of in hoge mate geabstraheerd, want ook daar heeft de gemiddelde Assenaar niets mee. Het moet herkenbaar zijn. En dat is het. Gewoon, niks buitenissigs, herkenbaar en als icoon hopelijk ook nuttig.
En nee, het is niet vernieuwend en je hoeft er niet bij na te denken. Het is wat het is, zoals het in Assen altijd geweest is.

Of de hier wonende of bezoekende moslims (Iraanse ambassadeur b.v.) aan de bakermat van de beschaving in het Drents Museum er ook zo blij mee zijn … ach, daar heeft de gemiddelde Assenaar niets mee.

Het beeld past uitstekend bij de stationsrestauratie, die ook hier de Huiskamer heet. Lekker gezellig, lekker gewoon. Goed passend ook bij familiestad Assen.

Ook is het beeld duurzaam. Tegenwoordig een must. Het beeld gaat, mits de werkster het elke week in de teakolie zet, langer mee dan een levende hond. En Mannes eet niet, schijt niet en vervuilt derhalve niet.

Dat de opdrachtverlening niet helemaal vlekkeloos verlopen is, ach … past ook wel bij Assen.

Of ik het zelf een interessant beeld vind? Nee.
Of ikzelf bij Assen pas? In cultureel opzicht, nee!

(foto Bert Visser, Asser Courant)

Nieuwe bundel in aantocht

In het najaar zal er weer een z.g. ‘gebiedsbundel’ van mij verschijnen. Inmiddels de vierde. Deze bundels zijn geïnspireerd op reizen naar voornamelijk Noorwegen.

Eén van de gedichten uit de nieuwe bundel:

VERBINDING

de rotsen worden donker
onder het avondgebed
in de staafkerk

waar buiten in het houtsnijwerk
Nidhogg nog altijd aan Yggdrasil knaagt

en ik in strijklicht
deuvels in de gaten sla
en zwaluwstaarten dicht
om woorden te verbinden

nooit sloeg men in de kerk
de spijker op de kop
denk ik gemoedereerd

de zilverberken steken allengs scherper af
tegen de streken vers geteerde lucht

terwijl het landschap
minzaam in duisternis wegzinkt

en in de venijnboom
onder Vidofnirs adelaarsvleugels
een koele avondzucht
nog een slaapliedje zingt

Liggend Naakt (een gedicht)

Na tien jaar reviseren (nee, geen 24/7) heb ik besloten dat het gedicht Liggend Naakt, Een provinciestad in het landschap, maar eens af moet zijn.

Lang geleden heb ik Assen eens een verlegen tutje genoemd. Een beetje liefkozend eigenlijk, maar niet zonder kritiek. Zo’n tutje dat zich niet van eigen schoonheid en capaciteiten bewust is. En al begint ze inmiddels al volwassener te worden, ze is nog teveel aan het traditioneel vertrouwde ouderlijk huis gekluisterd. Ook heb ik me gerealiseerd dat Assen naast het verlegen tutje, ook een machostad is, een garnizoensstad gericht op competitieve sport, auto’s en snelle motoren.

In het gedicht Liggend Naakt (182 pag.) zijn historie, liefde en kritiek op vele manieren doorweven. Ik spreek erin over Assen, maar ook over andere items en Assen spreekt ook over mij. Het is een poging tot het weergeven van een gevoel dat Assen bij mij opwekt. En dat is vooral een haatliefde verhouding.
De online pdf versie is te lezen, of naar wens gratis te downloaden via deze link