Hier en daar


Op 10 maart 2018 droeg ik ‘s middags voor op een GAL-middagje (dichterscollectief Groningen-Assen-Leeuwarden) in STAP, Assen. ‘s Avonds bij Dubbel & Dwars in het Verenigingsgebouw in Veenhuizen. Na afloop van dit alles kon ik het restje BoekenFEST’18 in De Nieuwe Kolk in Assen nog tot sluiting meepikken. Mooie dag!

HIER EN DAAR

waar op de voorgrond
het nabije bestaan
zich lachend aan de zomer laaft

hier

acht winterdagen lang
heeft hij geen sneeuw gezien
maar in de nacht van negen
onderweg naar tien
rijdt hij

een levenslied pulserend
op grauwwitte achtergrond af

en staat in sneeuw
nu oog in oog
met recht dat in de staat
haar zetel heeft

maar waar
voor wie bewust in verte leeft
de wereldwil rechtvaardigheid laat wijken

voor ontgoocheling

Voordracht Groningen

Afgelopen zondag (19 februari) was het weer een prachtige GAL-middag, dit keer in kunsthandel Peter ter Braak in Groningen, met poëzievoordrachten van Henk Dillerop, Bart van Mulkom, René Alberts en Jaap Veenstra.
De poëzie werd afgewisseld met liedjes van de Groninger singer-songwriter Bert Harders.

Ikzelf was dit keer gastdichter en droeg gedichten uit mijn nieuwe serie ‘Kosmisch’ voor, waaronder de nieuwste:

URSA MAJOR

bekend onder talrijke namen
behoorde deze beer tot de geboden
van lang vervlogen stuurmanskunst
en navigatieleer

met voor het blote oog verborgen nevels
zwarte gaten clusters en spiralen
draait op mijn breedte steeds de steelpan
rondjes door de hemelsfeer

’s morgens om een ei te koken
’s avonds voor een lik saté
’s nachts de hoogte van de pan
denkbeeldig met een factor vier verlengd
staat steeds als baken strak boven de pool
erkend de Noordster aan het end

sinds eeuwen bracht hij ruige zeelui
globetrotters en piraten ongedeerd weer thuis
na hardvochtige tochten op land en zee

en ook ikzelf vond soms mijn weg ermee

uit louter adoratie voor de leegte
en wat ik daarin steeds weer gadesla
hijs ik de blauwe staatsvlag van Alaska
met acht gouden sterren in top

en fantaseer er zelf het allegorisch beeld
van de mythische beer wel op

Narcistische Trump

VOORGOED BETRUMPT

over het water gebogen

vol ijver tot een gouden kalfje biddend
zit hij naakt op zijn knieën

ziet zichzelf in de vijver
als ideale mens – in eigen beginsel

maar telkens werpen rechters
en verslaggevers een steentje

verstoren concentrische kringen zijn zelfbeeld

ik zie zijn weerzinwekkend witte billen

een zwarte daas die hem razend maakt

het ziekelijk zelfbeeld zoekgeraakt
in de strijd om het dwingende willen

de eerste viool in het strijkorkest
verdwijnt in de treurige echo’s

tot enkel nog
de gele narcis rest

Ver Heen – woorden gaan op reis

20161203_111748Nee, ook ik ben niet opgenomen in ‘De Nederlandse poëzie van de twintigste en eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten’ van Ilja Leonard Pfeijffer, die onlangs werd uitgebracht.
Maar niet getreurd, ik sta wel met twee gedichten in de bloemlezing ‘Ver Heen’, een bundel met ruim vijftig gedichten over ‘reizen’.
En nee, de titel heeft niets met die andere Ver Heen te maken.

Een van de opgenomen gedichten:

VOLDOENING

een goed geworpen leven
dichtbij een doelwit neergeploft
heeft opgedoft nog niet vanzelf
de juist omschreven snit

verkeerd gevlochten patronen
maken een onoverzichtelijk grid

daar kun je op wachten
er is tijd genoeg

“you like to live in a swamp?” vraagt ze

het grasveld is na lange regen zompig
kleding en tent zitten vet onder modder

het stormt

“in a certain way, yes” luidt het antwoord
een schuwe wezel duikt weg tussen struiken

de zijnsvergetelheid stavend
wordt haastig een thuis gezocht
dat bij vinding al weg is

ik zie een bordje met ‘dismanteled’
en schiet er voldaan
een kiekje van

Uit de bundel Ongerieflijk Gebied, Adrie Krijgsman, 2016

Thank you, Leonard Cohen

THANK YOU
i.m. Leonard Cohen

with your golden voice singing
on an old transistor radio
I saw the goddesses come
and let them roving go

till later on records and tapes
I found their shapes back in your rhyme
losing shortly time and place
in their ever unfading grace

Suzanne or may be Marianne
I can’t recall their names
but loved them all again
like delicate burning flames

© 2016, Adrie Krijgsman

Happy hour

Vaak schrijf ik gedichten geïnspireerd op lege, onontgonnen gebieden. Zo komt binnenkort mijn derde ‘gebiedsbundel’ uit onder de titel ‘ongerieflijk gebied’.
Ook een stadsterras, in dit geval bij Café Lodewijk Napoleon in Assen, kan zo’n ongerieflijk gebied zijn. Niet onaangenaam, maar wel soms ongerieflijk. Dus daar maar eens een gedicht over geschreven.


HAPPY HOUR

ze zitten
    in het sliplicht van de zomerdag
    buiten op reuring te wachten

de grijsbehaarde vrouwenfluisteraar
    op vastgeroeste stek

de langgerekte lezer
    met zijn uitproestend lief
        en altijd een peuk in de bek

de lang doordrenkte dief
    van eigen intelligentie

de azijnpisser
    die gis zijn naam
        op daden vergewist

het viervoeterminnende weefgetouw
    met krakend raam

de onbesliste troubadour
    met honderdduizend grieven

en binnen
    de redelijk alternatieven
        verzand in slap geouwehoer

ze spuien hun dromen en grieven

gaan al wat vaker naar toilet
    en trekken zich half overleden
    op aan hun fameuze bluesverleden

en na een dronkemansgebed
    taaien ze af
        naar hun procrustesbed

© Adrie Krijgsman, 2016

Bundel Herfstlied

12744483_985804814832995_2405433485798136598_nOnlangs heb ik in eigen beheer Herfstlied uitgebracht.

Herfstlied is een sonnettencyclus van twintig samenhangende sonnetten over de herfst en dan in het bijzonder over de levensherfst, over het ouder worden.
Eigenlijk is de reeks te beschouwen als een fel strijdschrift tegen dat proces.

Een eerste versie werd geschreven in 1994 en in 2015 enigszins aangepast. Het is niet eerder in druk verschenen.

Omdat het bij voordrachten vaak warm werd onthaald, is de reeks in 2016 alsnog in kleine oplage uitgebracht.

Een ‘voordrachtversie’ is te beluisteren op https://www.youtube.com/watch?v=pAbzFlkJaJo

“Iets wat iedere Assenaar op t nachtkastje mag hebben wat mij betreft.” (Bas Remmers)

Hier één van de twintig sonnetten

15

Flitsend voorwaarts, mee met ijle wind
van tijdgeest, wordt elke stap voor niets gedaan:
het ijdel doel verdwijnt waar men het vindt.
Het lenteloof in zoet en pril ontstaan

zwerft in de herfst al door een labyrint
van mist en wind door straten. En zal vergaan.
Het leven wordt kortstondig zwaan-kleef-aan
vergund. Niet méér dan dat, en onder kil bewind.

Ik dank mijn indifferente bestaan
aan deeltjes die menging aan willen gaan,
aan een tijdloze, kosmische wervelwind

die atomen uiteenslaat of samenbindt.
Ikzelf ben geen doel, maar wat in mij ontspint –
ik ben slechts voertuig in hún bestaan.

Europees herfstlandschap


EUROPEES HERFSTLANDSCHAP

Herrezen herfst op het noordelijk halfrond.
In heldere ochtend lekt het oog al rijkelijk licht
in de lucht. Splinters uit sobere droomnacht
van donker geboomte gestoken, steken de leden
en bleekt een fantoom uit ongure duisternis op
tot herkenbare vorm. Een blik op de klok
leidt tot strekken van benen. Met pisdrang
verlaat ik geradbraakt het bed, waarin god
noch gebod ooit de toon voor gedrag heeft gezet.

Omstreden bederf en rotting op glibberig
erf heeft het alledaags leven ontwricht.

Na mistige ochtend valt zonlicht nu laag
en verblindend over het zompige grasland,
schildert een glinsterend parelveld los
uit het kwijnende groen. Impressionistisch
het kleurenpalet aan verwoesting onttrokken.

Gevleugelde Eos snijdt korst van de dag af,
plenst een handvol ijskoud water op wazige
doolaard en leidt hem terug in een opgesmukt,
schappelijk ethos, binnen de gangbare normen
en waarden weer ietwat aanvaardbaar, geschikt
om belofte verzorgd onder ogen te komen

Blozend op zuur riekend braaksel
drijft uit de luidsprekers zachte pianomuziek
in de kamer. Hamer en snaren bedenk ik,
een klankkast vol doden. Steeds idioter.

Een droge korst brood, een lik boter.
Morsend met koffie, en méér nog geliefde,
bokkend verdwenen in uitgewoond kloffie,
dronken de donkere maanloze nacht in,
met flets nog de mythische sporen
van Juno’s melk in fluweelzwarte lucht
achter bittere prikkeldraadgrenzen.

Broos door open deur een stap in de stille,
grillige wereld, vrijwillig ontworteld,
verzonken in sfeervolle, vluchtige zelfzucht.
Leegte lonkend in volte, echtheid bedongen
op slinkende waarheidsconcepten, spinnend
in blinde natuur.

In dorrend bladerdek strekt op dit vroege uur
een ekster zijn vleugels, kwettert een montere
merel Messiaens ontwaken van de vogels mee,
in objectieve vertolking. Puike natuurmuziek.
Liefde zonder geklieder beschaduwd een morsige
drager. Door klankkleur uitgedaagd sluimert,
onder verweerde verflaag nog zuiver pigment
in de harten van menopauzerende vrouwen,
die trouw nog de mooie beloftes herkauwen.

Hangmatwebben bedekken de haag.
Fijne druppels die gestaag verdampen,
tonen hoon aan de mythische goden, lichte kramp
in de poot van Arachne zet netwerk op scherp.

Het visualiseren van geschilderde problemen,
zou je wensen – vader van eigen gedachten,
immers, – geen extremen, geen afgevallen fruit,
geen einde, geen begin, geen ander wonder
dan dat zich hier voltrekt in een verwondering,
binnenin; een verzilverde chaos, een cynisch
meerstemmig brallen ten voeten uit.
Het schuifelend verlangen van mensen,
complexe getallen, zelfvervuilend langs de ruit.
Ze spreken over de toekomst en de toekomst
van hun kinderen, over een veilig bestaan.

Als willoos subject van het kennen, verloren
in het aanschouwde object, sust niksigheid
mijn geweten. De blik op het verzaakte zelf
gericht, raakt mijn teleologische interpretatie
van particulier genot verstrikt in het publieke,
prijs ik de plicht van de verlichte massa’s
zich aaneen te sluiten tot kudde, die dartel
naar hedendaags beschavingsveld scharrelt.

In de diffusie van het humane verbeest ik,
en nader ten slotte het treinstation, waar eerder
geen trein reed. Val naakt op mijn buik weer
terug in het bed. Roodkonige blootloopster
lebbert met voetzolen heuvelland af. Kust
op kolom van wervels mijn spraakgebrek weg
en raakt in mystieke extase.

Loopvoet mist grip op de billen en stort
haar warme romp in veerkrachtige armen.
Zonsondergang bleekt, op vergeeld celluloid
opgetogenheid weg. Het concept van de route,
door neofascistische grenzen versperd,
wordt een platte abstractie van paden
uit voorgaande jaren.

*

In onvolmaakt leven een kale kamer,
de wanden kakkerig bruin gesausd.
Twee simpele instellingsbedden zijn spleet-
loos tegen elkaar geschoven, twijfelend.
Ik rol er langdurig de vunzige slaapzakken uit.

Een jonge vrouw wordt licht gekleed, vanuit
haar eigen omarmende armen op het bed gelegd,
en praat doordacht over een hoopvol plan.
Twee tweedehands gekken, waarvan de één zijn
vinger voortstuurt over haar buik. Zij legt
mijn hand terug waar hij behoort en oppert
om een wijntje te gaan drinken, in het tuinhuis
bij de feestende artiesten, en een hapje te eten
om honger te stillen. Het vriest. Kiezels op het
tuinpad kraken een levensgeluid in de harde,
dode materie. We stappen er blind middenin.

Keer op keer schenk ik de rode wijn in.
En telkens breekt een beeldhouwer het glas.
Uiteindelijk drinken wij via een omweg,
en nemen volle glazen mee terug naar de rustige
rand van het bed, waar de toon wordt gezet,
eendrachtig in tweedracht, schatplichtig aan
beschavingsrituelen van het voorgeslacht.

Zij poetst in een badkamer haar tanden.
Ik poets in een badkamer mijn tanden.
Wij wassen de handen.

Een dikke zwarte huisspin op de tegelvloer
vlucht weg; bijt snel daarna zijn poten af.

© 2015, Adrie Krijgsman

Voordracht Deventer

Deventer27102015Zaterdag 26 september droeg ik in Deventer als ‘nachtdichter’ voor op een gecombineerd verjaardags-/burendagfeestje. Voor een tof poëziepubliek. Want waar ik eerder op feestjes of in café’s wel eens voordroeg was daar vaak de interesse snel verdwenen, omdat feestelijke dronkenschap en aandacht voor poëzie nu eenmaal geen voor de hand liggende combinatie is. In Deventer zaten om één uur ‘s nachts echter 30 a 40 mensen geboeid te luisteren. Fantastisch!

Hier een van de voorgedragen gedichten:

NASPEL

nu er geen wind is
de wereld een fragiele piramide
in klappertandende nacht
op een steenvlakte kermend

uitgeleverd aan het lege maanloze gruwen
komen in gedachten de bergen tot leven

als individuen
met elk een eigen gezicht
een vrouwengezicht

je moet haar in de ogen kijken
voor je haar gaat bestijgen
kookte mij een alpinist
zijn seksuele wijsheid voor

vandaag liep ik doelloos omhoog
naar een toppunt van ijzige kunne
en met een vlamboog in mijn onderbuik terug

door haar omarmd
en weer meedogenloos verstoten

zoals ikzelf in voorgaande nacht
een volle teek op mijn kloten
niets ontziend om het leven bracht

Voordracht Wolkenfabriek Groningen

textwolkuitnodigingOp zondagmiddag 13 september zal ik tijdens Textwolk voordragen in De Wolkenfabriek in Groningen. De middag zal beginnen met de monoloog “Dans Drift Dood”, geschreven door Bart van Mulkom. Deze duurt ongeveer drie kwartier. Na een pauze wisselen dichters en muzikanten elkaar af, met elk ongeveer tien minuten tijd voor hun optreden.

Monoloog met saxofonist: Dans Drift Dood
Spel – Leo Rijff
Saxofoon – Jan de Wilde
Tekst en regie – Bart van Mulkom

Pauze

Dichters
Bart van Mulkom & Lianna Zuidema
René Alberts
Lilian Anneloes
Adrie Krijgsman
Joost Oomen

De Toevalligheid van Muziek
Woody Vermeltvort – Gitaar
Jan de Wilde – Saxofoon

– – – – – –
Hier alvast een voorproefje:

CONTEXT

noordwaarts voort
tussen snelle metalen maîtresses

de tijd opeisend
die cyclisch een rustpoos biedt in de ruis
en vervolgens

gaan tijdens de rit onze bergschoenen uit

dwalen in halfslaap de benen
als epifenomenen van onvrije wil

onder de stoel
onverwacht stil
door meisjesvoeten beroerd

werd later de waarde van context gevonden

een oude mannenvoet
had mij niet echt geroerd

noch aanzet gegeven te lopen
zolang tot door zoete bekoring gevloerd

verlegen voeten huiswaarts kropen