Pandemisch, bespreking door Jurjen K. van der Hoek.

Geen troostrijke gedichten in bundel Pandemisch

Troost zoeken bij elkaar, in de armen vallen. Tja, dat gaat nu even niet. De ander aankruipen en lieve woordjes fluisteren, knabbelen aan een oor. Maar nee, dat is er nu ook niet bij. Zelfs een opbeurend klopje op de schouder moet achterwege blijven. En als dan de fysieke bemoediging niet kan, dan grijpen we naar de digitale pen. Zoeken het in woorden, die zinnen zetten in verzen en liedjes. Om de op de loer liggende stress van ons af te schrijven. Of de omgeving tot in de kleinste details vast te leggen. We zoeken elkaar in de communicatie op sociale media. Spammen onze medemens via bijvoorbeeld Facebook, Instagram en Twitter met naar ons idee opwekkende posts. Troostwoorden, steunbeelden, een gedicht of foto als ruggensteun.

Dat is wat Adrie Krijgsman met afgrijzen aanziet en ver van zich afschuift. Hij is niet de dichter van de valse emotie. En wilde zelfs niet schrijven, omdat hij allerlei van die goedbedoelde rijmelarij voorbij zag komen. Hij is niet van zo’n soort in zijn ogen goedkope poëzie, dat die titel eigenlijk niet kan dragen. Krijgsman gaat beter tekeer op papier, schoppend ook tegen voor anderen heilige huisjes. Toch zette hij zich achter het toetsenbord, noodgedwongen eigenlijk want een dichter moet nu eenmaal dichten. Dat zit in zijn DNA. Een heilig moeten. Hij kan zich niet anders uiten. Schrijft over wat hem bezig houdt. Dat is dus in dit geval de pandemie, het coronavirus en het hele gedoe daar omheen. Iedereen heeft daarmee te maken. Het is in de wereld ingedaald, deel van ons ieders leven. Krijgsman kon er kortom niet omheen. Gelukkig maar, want het heeft geresulteerd in een meer dan leesbare bundel. En er volgt meer. Want je kunt je opsluiten tegen het virus, maar niet afsluiten van de mensheid.

“Pandemisch” gaat over het virus, over afstand houden, over mondkapjes en de lockdown – het van hogerhand opgelegde thuis blijven. “thuis door een volgzaam geweten in zelfisolatie”. Het komt in omfloerste termen voor in de gedichten, niet omdat er niet over gesproken mag worden maar om de verzen tijdloos te houden. Actueel voor vandaag en later, voor nu en dan. Krijgsman schrijft in een losse stijl. Zijn zinnen kloppen melodieus, zingen voor mijn ogen. Ritmisch bewegen de woorden op papier zonder te rijmen.

Toch laat Krijgsman in het eerste gedicht meteen al weten waar hij in de bundel staat en wat hem bezig houdt. “altijd omhelzingen trouw geweest / groeten we nu (terloops) op onschuldige afstand – / twee armlengtes is het advies” Hij ziet terug op het normaal, dat toen heel normaal leek maar nu abnormaal is. Krijgsman schrijft niet de pandemie van zich af, maar ziet het aan en vindt er wat van. De zorg, de kerk, de nee-roepers, de meeklappers, de hamsters. Ieder heeft een stem, elk krijgt het woord. Alles sleept de dichter met kop en staart erbij, iedereen gaat met de kloten voor het blok. Vooral het afstand houden is onderdeel van de woorden tot zinnen in verzen, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van deze tijd. De mens als kuddedier wil zich tegen de ander schuren, een hand geven. Het is moeilijk te normaliseren dat dit niet (meer) kan. En dan de mondkapjes, de eeuwige discussie. “we raken de piraten maar niet kwijt / de menselijke vrije radicalen / althans: de vrije drugsverslaafden / hormoongedreven dopaminedrifters – van hot naar her / met zonverbrande huid / met koperfluit / met snarentrom”

Er komen grote denkers voorbij in de teksten. Hun gedachtengoed past even goed in het fragmentarische verhaal. Krijgsman denkt met hen mee en sluit zijn gedachten erbij aan. Marx, Hegel, Van Ostaijen, Vandersteen en Don Quichot. Ze worden ingevoerd in de corona problematiek. En veteraan Moore die gesponsord veel kilometers liep, en de brute dood van Floyd die een wereldwijde protestactie deed uitbreken. De demente oude man in het 38e gedicht. “ah ben jij het? ik zie het nu pas / kinderlijk verrast” De lockdown betekent niet dat de ogen gesloten zijn, de oren dicht gestopt voor wereldnieuws. De voelsprieten staan op scherp. In gedachten en door de handen van Krijgsman worden het meestentijds belerende gedichten daarom. Bozig ook, maar nergens gaat hij over tot schelden en vloeken. Want goede gedichten zijn niet gebaat bij zware emoties vindt hij. Daarom klinken de woorden vaak met een ondertoon van cynisme. Het gram halen moet toch ergens een uitweg vinden en krijgen. “rustig blijven onder rivalen zonder verhaal / rustig blijven bij stokkende taal van kompanen” De pandemie maakt creatief, maar stompt ook af. De ernst wordt niet gezien, wanneer het snijdt in de beurs. Geld blijft meer belangrijk dan wat ook, dus doen we niet meer mee. Ze willen hun knuffeltje terug, en wel meteen. “zij neuriën voorzichtig het lied van de engel des doods”

Adrie Krijgsman gaat speels en vrolijk om met de opgelegde beperking. Hij laat zich er niet door kisten of op de kast jagen. Spitsvondig schrijft hij toch de emotie van zich af. Ik kan me erin vinden. Het sluit aan op mijn beleving. Troost het me, nee dat niet. Het sterkt, door te weten dat er mensen zijn die woorden kunnen geven aan mijn gevoel. Op dezelfde golflengte zitten. “over de bekende weg / over de uitgestippelde weg / over de kerende dikke-pech-weg” De onbenullen sleepten ons de tweede golf in. Maar met Krijgsman in gedachten en op zak surf ik hoog en val niet diep. “we gaan ervoor! de kater komt later”

Het gaat steeds daar over, wel 40 gedichten lang. En dan is Krijgsman er nog niet uit. Het C-woord blijft lang na deze bundel “Pandemisch” door etteren. Maar in de serie vond ik toch een vers dat verademend lijkt ergens anders over te gaan. een droombeeld, onwerkelijk. “droomde vannacht / van een winterse wurgslak / het zal de dagsleur geweest zijn / voorafgaand / het re-pe re-pe re-pe-terende / tering naar de nering zetten / in figuurlijke zin – nergens heen! / waarom winters? : wit! / het slijmerige lichaam / strak om het vooruitzicht aangetrokken / de ademtochten van de dood al… / wist ik dat vlak naast mijn bed / er een zoutvaatje stond”

Bundel “Pandemisch – COVID-19 gedichten”, poëzie van Adrie Krijgsman. Uitgave Brave New Books, 2020, ISBN: 9789464182866 – 56 pagina’s – € 14,95

Jurjen K. van der Hoek,
jurjenkvanderhoek.tumblr.com 13 nov. 2020.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *