Meervoudige identiteit (The multiple Dutch)

Lezing Kunst in de Kop, Groningen, 1 juni 2008

© 2008, Adrie Krijgsman, Assen NL.

Tja, de Nederlandse identiteit, of de identiteit van de Nederlander.
– Een aantal jaren geleden hadden wij, als Nederlanders, nog een Europese identiteit, met de Benelux en de EGKS zaten we in de voorhoede van een Verenigd Europa. Die identiteit lijkt van de ene op de ander dag verdwenen. In die Europese identiteit zaten weliswaar wat anti-Duitse, vooral voetbal-sentimenten, enkele bezwaren tegen de Franse arrogantie, maar toch, we hadden een Europese identiteit. Die identiteit verdween met de gulden.
– Op een ander vlak had Nederland een Protestantse identiteit. Brabant en Limburg werden als Nederlands getolereerd, maar hoorden er niet echt bij, die hadden een andere identiteit. Na de secularisering in de vorige eeuw is dat redelijk goed gekomen, niet in de laatste plaats omdat Brabant, en dan vooral de regio Eindhoven-Tilburg, een modern, economisch interessant gebied werd.
Overigens voelt Noord-Nederland zich ook niet volledig opgenomen in de Nederlandse identiteit en is trots op zijn ‘eigenheid’. Friezen zijn een ander volk met een eigen taal en nog steeds zijn er mensen die prat gaan op het Drentse volkskarakter. Met het verdwijnen van de Europese identiteit lijkt de Regionale identiteit terug te keren. En de Nederlandse? Die zwerft daar ergens tussenin.

Ik ben gewoon lekker mezelf! Deze persoonlijke identiteit in de zin van samenvallen met jezelf (of met het fotootje op je identiteitsbewijs) heeft nog wel iets knulligs, geeft een lekker modern, liberaal gevoel. Wel wordt er op zo’n identiteitsbewijs de naam van een land bijgevoegd waarmee je je misschien niet eens wilt identificeren. Het begrip identiteit op een identiteitsbewijs is dan ook vrij beperkt, het houdt niet veel meer in dan een foto, je lichaamslengte, de kleur van je ogen en de naam van het land waar je, niet eens hoeft te wonen, maar waar je ingeschreven staat in het bevolkingsregister. Je bent wie je bent, aan de hand van uiterlijke kenmerken. Persoonlijk doe ik het daar niet voor. Er is meer.
Een andere vorm van jezelf zijn is vastgelegd in je individuele genoom; dat is weer voor bijna 100 % gelijk aan dat van andere mensen, dus waar praten we over?

Een eigen identiteit in de zin van jezelf zijn, in dit tijdperk van individualiteit, in het ik-tijdperk, lijkt ook van zelfbewustzijn te getuigen. Zelfbewustzijn is natuurlijk meer dan lekker met jezelf bezig zijn. Het gaat dan ook om de vraag hoe iemand zich verhoudt tot zijn omgeving, hoe denken mijn buren, die misschien uit andere landen of culturen komen, waar geloven ze in, hoe voeden zij hun kinderen op. Het ontwikkelen van een identiteit in relatie tot andere identiteiten kost moeite, vereist ook een intellectuele inspanning, vereist inzicht in andere identiteiten, interesse in wereldbeelden die de eigen, beperkte wereld overstijgen. Daarvoor moet je communiceren, boeken lezen, kunst en cultuur tot je nemen. Een eigen identiteit wordt hierbij dus afgemeten aan andere identiteiten.

Een Nederlandse identiteit, voorzover die al zou bestaan, gaat uit van bepaalde culturele kenmerken waarmee je je als Nederlander kunt identificeren; allerlei zaken die bij die Nederlandse identiteit horen, zoals: hardwerkend, tolerant, sociaal, spaarzaam, een gezamenlijke koningin en een blokje kaas met een vlaggetje. Bepaalde mensen horen erbij, anderen niet. Identiteit gaat dan ook primair om in- en uitsluiting: Op het individuele vlak betekent dit dat iedereen buiten mij (dus letterlijk iedereen) niet ‘mijn’ identiteit heeft. Weer bij uitbreiding betekent het dan sociale uitsluiting voor iedereen die niet de Nederlandse identiteit heeft, die niet samenvalt met wat door het Nederlandse volk als Nederlands wordt ervaren. Je kunt dus wel degelijk een Nederlands identiteitsbewijs op zak hebben zonder de Nederlandse identiteit te hebben, en andersom. Om die twee met elkaar in overeenstemming te brengen hebben sommigen het begrip ‘inburgeren’ gelanceerd. Daarmee kun je paspoort (de uiterlijke identiteit) in overeenstemming brengen met je Nederlandse (innerlijke) identiteit.

De identiteit van de Nederlander, als totale bevolking van een natiestaat, is wat mij betreft een leeg begrip. Vanuit dat lege begrip zou je ook kunnen zeggen dat holle vaten het hardst klinken en dat de roep om een Nederlandse identiteit, inclusief aberraties als trots op Nederland, daardoor juist zo sterk klinkt.

Dè Nederlandse identiteit is een optelsom van individuele identiteiten en derhalve: zij bestaat niet, als een algemene noemer, en het probleem bestaat evenmin. Of zij bestaat wel, als meervoudige identiteit, en valt dan onder de categorie psychiatrische ziekten. Deze ziekte, die we de naam Schizofrenia Neerlandica kunnen geven kenmerkt zich door een beeld waarin de samenhang in het denken, tussen waarneming en gedachten en tussen emoties en gedachten in ernstige mate is afgenomen, althans voor anderen minder goed invoelbaar is.

Als we de Nederlandse identiteit bezien als een optelsom, of misschien beter: de grootste gemene deler van individuele identiteiten gaan we er impliciet van uit dat er een individuele identiteit bestaat, de identiteit van samenvallen met jezelf. Identiteit als grootste gemene deler zou dan bepaald kunnen worden aan de hand van verzamelingenleer en statistiek.

De Nederlandse identiteit, evenals de individuele, kan niet bestaan zonder verhouding tot andere identiteiten, de Chinese, Amerikaanse et cetera. Die ervaring en kennis van andere identiteiten, die verhouding met andere wereldbeelden en religies kan dan alleen weer tot stand komen via individuen – immers, landen communiceren niet – waarmee hier de Nederlandse identiteit dan eveneens afhankelijk is van de optelsom van individuen die de moeite hebben genomen zich in andere identiteiten te verdiepen. De Nederlandse identiteit zou daarmee afhankelijk zijn van een klein aantal individuen met gedegen kennis van, en ervaring met andere identiteiten. Wie in Nederland kan bepalen hoe de Nederlandse identiteit zich verhoudt tot die van de Inuit, de bewoners van Vuurland? Misschien hebben zij wel dezelfde identiteit als wij, maar we weten het niet. En voor het gemak heeft alles wat ver weg is al niet ‘onze’ identiteit.
Als de VOC-mentaliteit van Balkenende tot onze identiteit behoort – onbekende terreinen ontdekken en lucratieve handel drijven – hebben dan ook de Portugezen en Spanjaarden de Nederlandse identiteit? En had in de VOC-tijd de hele Nederlandse bevolking deze identiteit? Ik waag dat te betwijfelen; de Nederlandse identiteit in die dagen, voor zover daar al sprake van kan zijn, was de identiteit van de gelovige landbouwer. Slechts een enkeling koos het ruime sop en ging in de slaven- en specerijenhandel.

De Nederlandse identiteit waar de laatste jaren sprake van is, is grotendeels politiek bepaald om een saamhorigheidsgevoel te kweken. Eén land, één volk, in deze hectische wereld een rots in de branding, een rots waar we trots op moeten zijn. Het is een whisfull thinking identiteit, een wat romantisch droombeeld van VOC-mentaliteit, van tolerantie, van kruistochten tegen het kwaad.
In de voetsporen van Karl Popper weiger ik om aan deze whisfull thinking, bijna ideologische identiteit enige waarde te hechten. Ik ga niet uit van een utopisch denken, maar van een realistisch denken, waarbij een vorm van idealisme niet hoeft te worden uitgesloten.

Ik heb deze lezing de titel Meervoudige Identiteit meegeven en sprak al mijn twijfel uit over een individuele identiteit. Het is namelijk een misverstand wat mij betreft om te denken dat identiteit duidelijk omlijnd is en constant in tijd en plaats. Michel Vandenbroeck legt in zijn boek ‘De blik van de Yeti’ (2007) uit hoe complex identiteit is. Hij verwijst daarbij naar de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf. Die stelt dat het fout is om een identiteit uit te drukken met zinnen als ‘ik ben Nederlander’, ‘ik ben zwart’, ‘ik ben moslim’. Wie het veelvoud van gemeenschappen opnoemt waartoe hij of zij behoort, wordt er soms van beschuldigd zijn roots weg te moffelen in een ondefinieerbare brij waarin alle kleuren verdwijnen.
Toch behoren we allemaal tot een groot aantal gemeenschappen en ieders identiteit is samengesteld uit een hele waaier van elementen. De meeste onder ons behoren tot een religieuze of een vrijzinnige traditie, tot een nationaliteit (soms tot meer dan één), tot een etnische of taalkundige groep, tot een familie, tot een beroepsgroep of een groep die dezelfde opleiding volgt, tot een organisatie, tot een bepaald sociaal milieu en ook dit is een beperkte lijst. Onze identiteit is een samenstelling van deze en nog veel meer elementen, in een cocktail die voor een ieder anders is en die ook voortdurend verandert. De regering wil de Nederlandse identiteit, Provincies benadrukken de regionale identiteit en de katholieke school de katholieke identiteit; want identiteit is hot en is ‘marketing’.

Identiteit heeft te maken met het behoren tot verschillende subculturen, maar mag daar toe niet gereduceerd worden. De mens integreert aspecten van de groep, maar transformeert ze ook. Geen enkel kind neemt in de hedendaagse maatschappij één bepaalde cultuur op, om die dan als volwassene gewoon te reproduceren. Tegelijk met zijn socialisering zal het kind – in dezelfde cultuur of elders – elementen vinden die hem aanmoedigen om kritisch te staan tegenover bepaalde gewoonten, normen, symbolen, talen, sociale verhoudingen – en die maken dat hij zelf wil bestaan in plaats van enkel een rol in te vullen die anderen voor hem geschetst hebben. Misschien werkte dat een aantal eeuwen geleden nog wel, maar vandaag de dag, in een geglobaliseerde wereld zeker niet meer. Hoeveel vrouwen nemen vandaag dezelfde rol op als hun eigen moeder deed? Hoeveel jonge vaders wensen niet meer op hun eigen vader te lijken? Identiteit verwijst niet alleen naar onze erfenis uit het verleden, maar ook naar ons project voor de toekomst. Een identiteit is nooit af en is een persoonlijke mix van het verleden en de toekomstverwachting, van feit en fictie, een steeds herschreven verhaal.

Een gezonde meervoudige identiteitsontwikkeling in de hedendaagse, geglobaliseerde en multiculturele wereld houdt in dat men keuzes maakt en kritiek kan leveren op aspecten van de culturen van de verschillende groepen waartoe men behoort. Ik mag mij Nederlander noemen en toch hopen dat Duitsland het WK-voetbal wint omdat de kleur oranje mij tegenstaat. Iemand kan zich Marokkaan noemen en toch als man zijn relatie tot de vrouwen invullen op een manier die aansluit bij het huidige West-Europese gedachtegoed. Je kunt katholiek zijn en toch pleiten voor een democratisch gekozen burgemeester in Vaticaanstad. Dit betekent dat de diverse gemeenschappen waartoe men behoort, ook moeten toelaten dat hun leden kritiek uitoefenen en deze kritiek ten bate moeten nemen om een dynamiek in de eigen groep te creëren. Voor gemeenschappen en culturen die in de meerderheid zijn is dat makkelijker dan voor degenen die de bedreiging van ‘het in de minderheid zijn’ dagelijks ervaren. Want zelfvertrouwen maakt het makkelijker kritiek te hebben en te aanvaarden, dan een gevoel van bedreiging.
Nochtans is het voor iedereen essentieel om die kritiek te kunnen uiten. Alleen zo kan iemand zijn eigen identiteit vorm geven in plaats van in de sporen te lopen die anderen voor hem hebben uitgestippeld. Sommige jongeren wiens ouders of grootouders uit Turkije of Noord-Afrika kwamen, worstelen nou juist met de onmogelijkheid om kritiek uit te oefenen. Kritiek op aspecten van de traditionele thuiscultuur wordt door die groep moeilijk aanvaard, maar de dominante groep aanvaardt ook niet dat ze kritiek uiten op de ‘Nederlandse’ maatschappij. Dit dilemma kan bijdragen tot het succes van fundamentalistische groepen of van eigen ‘clans’ of bendes die los van beide culturen staan. Het integratieprobleem is daarmee meer een communicatieprobleem. Het is dan ook weinig zinvol om de Koran te verscheuren, iemand verplichten een hand te schudden of de vrijheid van meningsuiting in te perken.

Het werkelijke probleem bij de identiteit is mijns inziens niet die identiteit zelf, die identeiteit als grootste gemene deler, als veranderlijke of vloeibare identiteit. Het probleem is dat de hedendaagse maatschappij gestuurd moet worden, overzichtelijk moet zijn, in cijfers moet kunnen worden uitgedrukt, in de markt moet worden gezet. Afwijkend gedrag, of zo u wilt een afwijkende identiteit past daar niet in want alles moet zoveel mogelijk gestroomlijnd verlopen, gemakkelijk te sturen zijn en gemakkelijk te verkopen. Zo echter zit wel het systeem, maar niet de mensheid in elkaar. Zelfs al zouden we dat graag willen dan nog worden we geremd door genetisch bepaalde factoren, door nutteloze oerdriften die onbewust hun invloed doen gelden, door onverklaarbare en onproductieve emoties, door ondefinieerbare goden en het heilig geloof in eeuwenoude boeken.

In plaats van te streven naar gelijkvormigheid, iedereen zou moeten leven zoals ik dat gewend ben, of zoals wij dat gewend zijn, zouden we juist die diversiteit, die verschillen moeten koesteren. We willen tegenwoordig graag de biodiversiteit in stand houden omdat we inmiddels het belang daarvan inzien. Het wordt tijd dat we ook de culturele-, de identiteitsdiversiteit op waarde gaan schatten. En dan niet alleen een stam in de bergen van Irian Yaja of diep in de Amazone, maar ook in ons eigen land. Want net als met de biodiversiteit, die we prachtig vinden in het Amazonegebied of de Serengeti maar niet op ons eigen akkerland, vinden we die culturele diversiteit wel mooi, maar niet hier! Want hier moet het veilig zijn, overzichtelijk en gestroomlijnd en moet de maatschappij al naar gelang de behoefte kunnen worden gestuurd. Het is een illusie om te denken dat we een al dan niet conceptueel hek om Nederland kunnen zetten waarbinnen ‘onze’ identiteit heerst.

De roep om een Nederlandse identiteit lijkt mij dan ook meer een roep om een ‘Corporate Identity’- model: De wijze waarop design, communicatie en gedrag binnen een onderneming worden ingezet en die wordt bepaald door de visie van het management of de directie.

De overdreven aandacht voor Identiteit binnen dit ‘Corporate Identity’- model heeft mijns inziens te maken met een identiteitscrisis binnen het management of de directie. Vermoedelijk ontstaan door een gebrek aan visie.

Definitie van Identiteitscrisis: een sterk gevoel van onmacht om verschillende aspecten van de eigen identiteit te kunnen integreren; betreft aspecten als: doelen op langere termijn, beroepskeuze, vriendschappen, seksuele gerichtheid, religieuze overtuiging, morele waardesystemen en groepsloyaliteit; een identiteitscrisis kan gepaard gaan met depressieve klachten, verwarring of opstandigheid.

Conclusie: Bij een identiteitscrisis binnen het management dient het management te worden vervangen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

* Copy This Password *

* Type Or Paste Password Here *