Een recensie over Bitter

Op zijn weblog Kunst-stukjes schreef Jurjen K. van der Hoek op 8 oktober 2021 een (prachtige) recensie over mijn bundel Bitter

Bitter smaakt zoet in de woorden van Adrie Krijgsman

“het wolkendek slokt allengs bergtoppen op / drukt het landschap dicht / ontneemt het de hortende adem / het karige licht” Hij zit achter zijn bureau. Tuurt over de velden, of staart over de daken. Want de plek van die schrijvershut of de zolderkamer kan ik van hieruit niet traceren. Ik zie hem daar zo zitten op de keukenstoel. In gedachten. De schrijver, de dichter. Met de pen tussen de vingers, als een slagwerker die jongleert met de drumstokken. Deze draaien door zijn vingers rond, jaloers bezag ik dat toen. Net zoals de mens die altijd alle ballen in de lucht kan houden, stinkend jaloers.

Op die pen, een ballpoint, knaagt hij. Kauwt wanneer hij niet schrijft. De punt is verbeten. Hij leent de pen niet uit, wanneer daarom gevraagd wordt. Daarom. Het is zijn pen, zijn DNA kleeft eraan. Hij heeft een reeks woorden uit die pen gezogen. Net alsof de inspiratie in de inkt daarvan zit. Maar niets is minder waar. Zijn invallen komen van over de velden, langs de bomen. Van over de daken, langs de goten. De pen zet hem tot nadenken, peinzen, mijmeren. De auteur, de poëet. Want wat wanneer hij niets opschrijft, maar met zijn graaitaal het onhoorbaar gesprek via het qwertytoetsenbord op het beeldscherm zet. Dan is er geen pen. Kan hij nergens op knagen. Komt er dan geen woordenstroom? Het zit niet in de pen, het zit in de atmosfeer. Het leven.

De woordenstroom die door zijn gedachten vloeit komt van heinde en ver. Hij deed een voorwaartse sprong achteruit in het duister, waar het kapokmatras van zijn jeugd besmet tussen restafval lag. Hij is Adrie Krijgsman. Ik lees zijn nieuwe bundel “Bitter”, gedichten die niet vrolijk zijn en niet gemakkelijk zo wordt het aangeprezen. Op de achterzijde haalt hij enkele woorden uit mijn beschouwing over zijn vorige bundel “Pandemisch” aan. Dat schept verwachtingen, dat drukt op mijn objectief inzicht. Maar, geen probleem, ik kan mijn gedachten onbevooroordeeld over de woorden laten zweven. Dat dan weer wel.

Die woordenstroom, die afdruk vindt in de bundel als uitdrukking van gedachten. Ik zie het zo voor me hoe dat gaat, en werkt. Het overkomt ook mij. Het is niet eenvoudig de concentratie op een enkel onderwerp te houden. Gedachten flitsen door het hoofd. Denk je hier aan, peins je daarover en filosofeer je een eind weg. Weg van de eerste ingeving, en weer terug. Golft de gedachtestroom op de hersenactiviteit. En houdt dat denken stil, plots, slaat de bliksem in, op dat ene moment en die enkele inspiratie. Dan volgt een besluiteloos overleggen welke woorden aan die gedachte uitdrukking kunnen geven. De beslissing valt op de meest sprekende zin, op dat moment. Overlezend later kunnen strepen getrokken worden, woorden vervallen, backspace, delete. Kill your darlings.

Maar welke de ballotage met verve doorloopt, wat is afgedrukt in de bundel, overstemt de verwachtingen. Het is geen vervolg, geen tweede deel. Het is een op zichzelf staande verzameling. Ik lees het als een autobiografie. Een zelfportret. Het grijpt als min of meer bittere avonturen om zich heen in klinkende volzinnen. En er is humor in “Bitter” en een zonzijde in de sarcastische blik op de dag van vandaag. Een cynische kijk op de dag van morgen, en een weemoedig zien naar gisteren. Krijgsman wil niet leuk doen en vrolijk zijn, maar is dat hier en daar in de soms ellenlange gedichten wel degelijk. De adders onder het gras ratelen dat het een lieve lust is. Hij heeft een gemoedelijk gemoed, dat vermoedelijk vermoedt dat alles niet zo zwart is als de nacht ons doet geloven.

In de tijd van opsluiting. Sociale banden doorgeknipt. Niet voor altijd, maar voor een schier overzichtelijk korte tijd. Met het licht aan het eind van de tunnel in zicht. In die duisternis door een virus bestuurt gaan gedachten op de loop. Voeren ze terug naar eerder. Of juist vooruit naar later. Het heden filosofisch benaderd, overdacht beladen. De toekomst geprofeteerd, het verleden omschreven. En Krijgsman laat niet alleen zijn gedachten gaan, nauwelijks in het wilde weg, maar leest ook ingevingen in. Zijn boekenkast verklankt in de poëzie. Inspiratie in bestaande teksten. Want wat eerder geschreven werd misstaat niet, krijgt nieuw leven. Geen plagiaat verweven in de eigen woorden. Recycleschrift, junkwriting, script trouvé.

Wanneer ik mijn ogen sluit zie ik zijn woorden tot beelden worden. Adrie Krijgsman neemt mijn gedachten mee, wijst me de weg in zijn woorden. De zinnen lees ik over en weer, de regels beklijven wanneer ik de woorden stil in mezelf hardop herhaal. Het stemt niet vrolijk, maar is toch ook verre van depressief. Het zijn geen donkere voorstellingen die ik krijg opgediend en voorgeschoteld. Maar ze stemmen wel tot nadenken, extra overdenken, spiegelen.

In de gedichten van Krijgsman kom ik mezelf maar al te vaak tegen. Het sluit aan op mijn alledaagse ervaring. Ben ik van dezelfde generatie, dat de jas me zo past. Dat ik aanvoel wat zijn gevoel is bij de dingen. De dingen zijn de ideeën die mijn starende blik kruisen, die over zijn velden of daken komen aanwaaien. Ze passen, daarom vind ik het makkelijk ze te lezen. Verwonder me over hoe de woorden meanderen door de zinnen, dansen in de verzen. De stroom is onstuitbaar. Met lust duik ik erin, in wellust zwem ik erdoor.

“pochend zet ik mijzelf in de verf / met negatieve zekerheid van derving / de kleur is donker / de verflaag dof / ziekteverlof / sterving – daar lig je dan met veren in je reet” De teneur. De geest uit de fles in de bundel. Naargeestigheid zet zich om in serieuze scherts, levendigheid met pit. Krijgsman weet de gedachten raak te verwoorden. Woorden laten zich lezen tot regels en herlezen in verzen. Gaandeweg staat de schotel correct afgesteld en vangt de zin van “Bitter” op. Leest het eerst vreemd en afstandelijk, maar toch is het smaakvol en verteerbaar. Later is het als een warme deken, begrijpelijk en toenadering zoekend. Zoals een abstract kunstwerk niet meteen overeenkomstig mijn gedachten is. Het heeft tijd nodig in te dalen, zich vast te zetten in mijn blik. Dan krijg ik begrip omdat ik begrijp wat ik zie.

Zo leest ook de poëzie van Adrie Krijgsman. Bij nadere beschouwing omvat ik het, krijg ik relatie tot hetgeen ik lees. Eerst niet gemakkelijk, maar later eenvoudig wanneer je mee kunt op de deining van gedachten – niet zeeziek wordt. Bitter met de nasmaak van zoet. De titel van de bundel mag dan bitter zijn, ik lees geen gekwetst woord, nergens proef ik een sardonisch wrange toon. Wel ironie en sarcasme, maar dat houdt de blik scherp en de lezer aandachtig. Ik lees een opgeluchte zienswijze, omdat de schrijver zich kan wentelen in een ruim sop van opgetogen genoegen. Hij beziet monter de wereld, omdat hij die kan relativeren en van zijn zolderkamer er afstand van kan nemen. De overkill van amusante emotie via social media werkt als doekje voor het bloeden, het maskeert de werkelijkheid. De gedichten van Krijgsman zijn niet leuk en aardig, maar beschrijven in poëtisch beeldende woorden wel de realiteit.

EAN: 9789464358926
Auteur: Adrie Krijgsman
Titel: Bitter
Uitgever: Brave New Books
Bindwijze: paperback, 54 pagina’s
Prijs: € 14,00

Bitter – gedichten


 
Geen psychologisch verkooptechnisch uitgekiende titel. Maar er kan altijd nog een buikbandje omheen met een ritsje positieve superlatieven. 😉 Te bestellen bij de uitgever of bij elke boekhandel in Nederland.

EAN: 9789464358926
Auteur: Adrie Krijgsman
Titel: Bitter
Uitgever: Brave New Books
Bindwijze: paperback, 54 pagina’s
Prijs: € 14,00

Odysseus op de toendra

(concept – voor een nieuwe reeks onder de titel Bitter)

Odysseus op de toendra

The blame’s all mine. That snug door to the vault, I left it ajar
Telemachos in Homeros Odyssee XXII 155

zoveel dagen dat wij dachten : en vannacht?

door duisternis op koude bodem neergedrukt
tot in de ochtend rillend
tot eindelijk zon op het tentdoek : de lente
(koordelastiek van een lief die de leegte tot eeuwigheid rekt)
die warm op het treurige land valt

op het vandaag weer verder uit te benen land
handmatig | cynisch lachend

bij elke poging om alles te reconstrueren :
de dood en het leven (appels en peren!)

nu dampende warmte verleden ontdooit
vallen gaten | komt gas vrij | wapent mijn haat zich –
achtervolgt mij de lang reeds latente verlating
met horten & stoten & vol met hiaten

geil boven modder en mos dwaalt een zinderend waas

waarin als fantoom Telemachos verschijnt
en wij samen succesvol de vrijers te lijf gaan

sagrada familia

(concept - voor een nieuwe reeks onder de titel Bitter)

schoorvoetend gezien het gezin | in den beginne

    de valversnelling nog laag in eenheden gal

eerst later kwamen zwoegend woest & ledig
    en tegendraads in de kwijnende dag de kater & de vos1
    terug van de Russische toendra

    met vuile | aan vreemden uitgevente vacht
    met hangende pootjes en staande staarten
    met grommen en grauwen

    de beulsknoop al in het stroptouw gestrikt

de permanent bevroren grond op kerngezin gekopieerd
    verstikt in afgekoeld nest bij terugkeer

opgevroren :
    polygone structuurbodems | palsa’s en pingo’s
    schreeuwen op de unheimische vlakte
    gladgestreken vlakte
    ga!

    uit over de huid – onderhuids over de huid

haaks op het magnetisme des vlezes
dat ooit als hemels wonder het ongerijmde
ontviel

1 Russisch sprookje

Avondklok

o avondklok
je houdt mij
in mijn winterhok

van vrije mens
tot zondebok
als avondmens
neem ik de gok
en zoek de grens
op mijn balkon
met maar één wens:
de avondzon

Pandemisch, bespreking door Jurjen K. van der Hoek.

Geen troostrijke gedichten in bundel Pandemisch

Troost zoeken bij elkaar, in de armen vallen. Tja, dat gaat nu even niet. De ander aankruipen en lieve woordjes fluisteren, knabbelen aan een oor. Maar nee, dat is er nu ook niet bij. Zelfs een opbeurend klopje op de schouder moet achterwege blijven. En als dan de fysieke bemoediging niet kan, dan grijpen we naar de digitale pen. Zoeken het in woorden, die zinnen zetten in verzen en liedjes. Om de op de loer liggende stress van ons af te schrijven. Of de omgeving tot in de kleinste details vast te leggen. We zoeken elkaar in de communicatie op sociale media. Spammen onze medemens via bijvoorbeeld Facebook, Instagram en Twitter met naar ons idee opwekkende posts. Troostwoorden, steunbeelden, een gedicht of foto als ruggensteun.

Dat is wat Adrie Krijgsman met afgrijzen aanziet en ver van zich afschuift. Hij is niet de dichter van de valse emotie. En wilde zelfs niet schrijven, omdat hij allerlei van die goedbedoelde rijmelarij voorbij zag komen. Hij is niet van zo’n soort in zijn ogen goedkope poëzie, dat die titel eigenlijk niet kan dragen. Krijgsman gaat beter tekeer op papier, schoppend ook tegen voor anderen heilige huisjes. Toch zette hij zich achter het toetsenbord, noodgedwongen eigenlijk want een dichter moet nu eenmaal dichten. Dat zit in zijn DNA. Een heilig moeten. Hij kan zich niet anders uiten. Schrijft over wat hem bezig houdt. Dat is dus in dit geval de pandemie, het coronavirus en het hele gedoe daar omheen. Iedereen heeft daarmee te maken. Het is in de wereld ingedaald, deel van ons ieders leven. Krijgsman kon er kortom niet omheen. Gelukkig maar, want het heeft geresulteerd in een meer dan leesbare bundel. En er volgt meer. Want je kunt je opsluiten tegen het virus, maar niet afsluiten van de mensheid.

“Pandemisch” gaat over het virus, over afstand houden, over mondkapjes en de lockdown – het van hogerhand opgelegde thuis blijven. “thuis door een volgzaam geweten in zelfisolatie”. Het komt in omfloerste termen voor in de gedichten, niet omdat er niet over gesproken mag worden maar om de verzen tijdloos te houden. Actueel voor vandaag en later, voor nu en dan. Krijgsman schrijft in een losse stijl. Zijn zinnen kloppen melodieus, zingen voor mijn ogen. Ritmisch bewegen de woorden op papier zonder te rijmen.

Toch laat Krijgsman in het eerste gedicht meteen al weten waar hij in de bundel staat en wat hem bezig houdt. “altijd omhelzingen trouw geweest / groeten we nu (terloops) op onschuldige afstand – / twee armlengtes is het advies” Hij ziet terug op het normaal, dat toen heel normaal leek maar nu abnormaal is. Krijgsman schrijft niet de pandemie van zich af, maar ziet het aan en vindt er wat van. De zorg, de kerk, de nee-roepers, de meeklappers, de hamsters. Ieder heeft een stem, elk krijgt het woord. Alles sleept de dichter met kop en staart erbij, iedereen gaat met de kloten voor het blok. Vooral het afstand houden is onderdeel van de woorden tot zinnen in verzen, omdat dit een wezenlijk onderdeel is van deze tijd. De mens als kuddedier wil zich tegen de ander schuren, een hand geven. Het is moeilijk te normaliseren dat dit niet (meer) kan. En dan de mondkapjes, de eeuwige discussie. “we raken de piraten maar niet kwijt / de menselijke vrije radicalen / althans: de vrije drugsverslaafden / hormoongedreven dopaminedrifters – van hot naar her / met zonverbrande huid / met koperfluit / met snarentrom”

Er komen grote denkers voorbij in de teksten. Hun gedachtengoed past even goed in het fragmentarische verhaal. Krijgsman denkt met hen mee en sluit zijn gedachten erbij aan. Marx, Hegel, Van Ostaijen, Vandersteen en Don Quichot. Ze worden ingevoerd in de corona problematiek. En veteraan Moore die gesponsord veel kilometers liep, en de brute dood van Floyd die een wereldwijde protestactie deed uitbreken. De demente oude man in het 38e gedicht. “ah ben jij het? ik zie het nu pas / kinderlijk verrast” De lockdown betekent niet dat de ogen gesloten zijn, de oren dicht gestopt voor wereldnieuws. De voelsprieten staan op scherp. In gedachten en door de handen van Krijgsman worden het meestentijds belerende gedichten daarom. Bozig ook, maar nergens gaat hij over tot schelden en vloeken. Want goede gedichten zijn niet gebaat bij zware emoties vindt hij. Daarom klinken de woorden vaak met een ondertoon van cynisme. Het gram halen moet toch ergens een uitweg vinden en krijgen. “rustig blijven onder rivalen zonder verhaal / rustig blijven bij stokkende taal van kompanen” De pandemie maakt creatief, maar stompt ook af. De ernst wordt niet gezien, wanneer het snijdt in de beurs. Geld blijft meer belangrijk dan wat ook, dus doen we niet meer mee. Ze willen hun knuffeltje terug, en wel meteen. “zij neuriën voorzichtig het lied van de engel des doods”

Adrie Krijgsman gaat speels en vrolijk om met de opgelegde beperking. Hij laat zich er niet door kisten of op de kast jagen. Spitsvondig schrijft hij toch de emotie van zich af. Ik kan me erin vinden. Het sluit aan op mijn beleving. Troost het me, nee dat niet. Het sterkt, door te weten dat er mensen zijn die woorden kunnen geven aan mijn gevoel. Op dezelfde golflengte zitten. “over de bekende weg / over de uitgestippelde weg / over de kerende dikke-pech-weg” De onbenullen sleepten ons de tweede golf in. Maar met Krijgsman in gedachten en op zak surf ik hoog en val niet diep. “we gaan ervoor! de kater komt later”

Het gaat steeds daar over, wel 40 gedichten lang. En dan is Krijgsman er nog niet uit. Het C-woord blijft lang na deze bundel “Pandemisch” door etteren. Maar in de serie vond ik toch een vers dat verademend lijkt ergens anders over te gaan. een droombeeld, onwerkelijk. “droomde vannacht / van een winterse wurgslak / het zal de dagsleur geweest zijn / voorafgaand / het re-pe re-pe re-pe-terende / tering naar de nering zetten / in figuurlijke zin – nergens heen! / waarom winters? : wit! / het slijmerige lichaam / strak om het vooruitzicht aangetrokken / de ademtochten van de dood al… / wist ik dat vlak naast mijn bed / er een zoutvaatje stond”

Bundel “Pandemisch – COVID-19 gedichten”, poëzie van Adrie Krijgsman. Uitgave Brave New Books, 2020, ISBN: 9789464182866 – 56 pagina’s – € 14,95

Jurjen K. van der Hoek,
jurjenkvanderhoek.tumblr.com 13 nov. 2020.

Pandemisch – COVID-19 gedichten

Natuurlijk is een ‘echte’ bundel leuker.

Maar wil je toch een koopje, of hem eerst inzien, dan is hier een gratis pdf-versie.

Te bestellen bij de uitgever of bij je favoriete boekhandel
EAN 9789464182866
En hij ligt op voorraad bij Van der Velde Boeken in Assen.

Voor een mooie bespreking van deze bundel zie het blog van Jurjen K. van der Hoek

Ook mijn iets oudere boeken zijn nog te bestellen, voor een overzicht klik hier.

Viruswaanzin … ?

*
voor zo zijn onze manieren staan zij (met een protestbord)
te prijken de rijke / middeleeuws gezeten ridders
van de gulden / aangespoord tot het historische normaal
van voor de sporenslag – tot eer en glorie van het eigene

vaak lieden met een leenroerig belang / nog voor het einde

van de dag / willen zij à la minute hun knuffeltjes terug
de warme kus des doods / au bain-marie / de blootgelegde
lengte van het meetlint opgerold in zijn omhulsel (vlug)
omdat het meten voor de ridders geenszins weten is

de hooggeheven (middel-) vingerstijfte wijst naar Fuck
de reutelende longvis voorhistorisch op het adembed

ik wil het vet van ongeremd verderf / ik wil
de liederlijke lust op zuidelijke zuipkust hier
en speelveldgroen voor de miljoenendans
ik wil / sjansen op de Élysées / ik – dikke / Rammstein
dampend / stampend op de reutelborst desnoods
rammend / roekeloos ronkend schemerdonker
verdomme! / En al wie met ons mee wil gaan
die moet onze manieren verstaan / versta je?!

2020 Adrie Krijgsman