Rebel voor het leven

Grond verzet en bemest. Moedig de doornige
struiken gesnoeid. Hard zaad uit de peulen gewerkt.
Gedachten aan Manhattan uit mijn hoofd gezet.
Nu ziet de tuin er weer keurig uit en ben ik het
met al die overdreven geuren zat voor deze dag,
de rest komt morgen wel.

Hé, tovenaar met grauwe staar, we zijn wel klaar vandaag.
Kom mee met deze superdel. Naar killerkat.
En ook de hond moet nog op pad.
O ja, met miep zou je haar werkstuk
nog bespreken en haar met goede tips bestoken.
Eten koken? Nee, geen vlees!
En als reserveslet wil ik vandaag
eens vroeg met jou naar bed,
als vetbol voor de pimpelmees – erotisch vreten!

Tandje minder? vroeg de tandarts, barsig.
Klare taal, maar niet waar ik op wachtte.
Misschien dat instortingsgevaar ons nog een keer
terugleidt naar het plaats delict, maar liever niet.
Er is nog meer te doen dan keer op keer de boel
te schragen vanwege die altijd slappe overlegcultuur,
zonder dat er op den duur een antwoord
in het vooruitzicht komt op achterliggende vragen.

In den beginnen was het woord, het tweede woord
bekoorde ook en daarmee was de pet gelicht
voor het ontstaan van een gedicht:
een ode aan klimaatrebellen.

Haar moeder had de dorpstandarts getrouwd,
haar vader bleef zijn tuinvrouw trouw,
dat was naast aangenaam ook praktisch
en ging zelfs zonder schuldgevoel, zonder berouw.
Ze gingen vaak op pad. Na al die jaren, zomaar
ergens heen waar de natuur nog relatief herstelbaar was.
Te nat voor vuur maar droog genoeg om lang
te bivakkeren. Te voet naar het Siberische geluk
op nukkige Hollandse rede, tijdens regen,
tijdens een mandala tekendag in het buurthuis,
voor bejaarden – geeft weliswaar het antwoord
op ons klimaatvraagstuk niet,
maar doet de natuur ook geen schade.

Of het natuurlijk was, is een tweede,
maar cyclisch gezien hield het huwelijk stand;
een solide gebouw door vastgoedboys geprezen
en toch werd het tijd om sloop te gaan vrezen,
omdat de gemiddelde grondprijs van gezondheidszorg,
als ook de kubieke inhoudsprijs van liefde
drastisch was gestegen. Het werd dus tijd
het huwelijk lucratief te gaan ontknopen
en alles prijzig te verkopen aan een aangetoond malloot;
geen grauwe staar maar klip en klaar
de ecologische contanten voor een solide vereffenaar
vergaren. En dan?
Zeilen over de baren, onder een aangepast program
dat eerlijk recht doet aan de dreigende gevaren.

© 2018 Adrie Krijgsman

Raymond ten Berge overleden


Deze week is in Assen Raymond ter Berge op 79-jarige leeftijd overleden. Ik kende hem van ongeveer twintig jaar geleden, van een poëzieproject bij DeFKa. Daarna had ik hem jaren niet gezien en de afgelopen paar jaar weer wel, voornamelijk op de terrassen bij De Koppelpaarden en Lodewijk Napoleon, waar hij regelmatig een wit wijntje dronk. Niet slechts genietend, maar echt savourerend.
Voor mij was Raymond een markante en aimabele Assenaar. Niet een die bij De Wereld Draait Door Assen ‘op de kaart’ zette, een beroemd Rotary-lid was of ging hardlopen voor KiKa. Als niet-schreeuwer kwam hij daardoor vrijwel nooit, of helemaal nooit in de publiciteit.
Raymond was hoofdredacteur van Schoon Schip, voor zover ik weet het enige literaire blad dat in Assen ooit geproduceerd is. En dit jaar was de 25e jaargang. Toch een aardige prestatie, zou ik denken.
Naast poëzie werd het blad grotendeels gevuld met stukken die Raymond zelf schreef over Drenthe in relatie tot de Vikingen en ook de Egyptische en Griekse mythologie. Voor mij was dat volslagen nonsens, maar ja, ik houd weer wél van gewaagde theorieën. Mits goed onderbouwd. En daar schortte het bij Raymond naar mijn maatstaven wel aan. Ik zag het dan ook beslist niet als wetenschap, maar als fictie was het wel leuk. Ook hebben een flink aantal Assenaren, waaronder ikzelf, in Schoon Schip gepubliceerd.
Nee, Raymond was niet wereldschokkend. Wel markant. En het zijn juist die markante types die het leven aangenaam maken. Dank daarvoor Raymond.

HERFSTSONATE

gisteren op een terras
vandaag door najaarsgras en struikgewas

herinnerd aan Charlotte
uit de herfstsonate van Bergman

wandelend langs warme
raatakkers en tumuli
langs bramen die op Klimawandel
al verdroogd zijn voor ze rijpen

herfstvertering
drijfmest
kutmuskieten zoemend in de late rozen
tussen het lover

wat tover jij hier?

ik schrijf gedichten
voor mijn plezier

oké wij laten u begaan
maar ter voorkoming van gezeik
toch liever buiten ons bereik

want steeds die verdroomde afwezige lieden
die verrieden dat zij hier …

ik blijf hier echt niet hangen
bij een verstoorde prelude in A mineur
en beluister de herfst dan liever thuis
achter mijn eigen deur

onzeker gebied

Mijn nieuwe bundel ‘onzeker gebied’ is binnen. Bij mij te bestellen voor € 10,- incl. verzendkosten.

Hier is de gratis digitale versie te lezen:

Vriend en collega-dichter Egbert Hovenkamp II schreef over deze bundel:

“Dit is het vierde gebied (na “schraal grondgebied”, “verwoord gebied” en “ongerieflijk gebied”) waarin Adrie je meeneemt op een reis waar binnen buiten is, waar kennen weten is. Je zit naast hem en kijkt, je zit naast hem en luistert. Wat hij ziet zie je met hem mee. Hij weeft er mythologische figuren doorheen uit een oudheid die zich ongedwongen naar nu verplaatst.
Het is poëzie die leeft, levendig is en mijmert, mijmert in stilte, mijmert met een glimlach ook. Het is sprekende poëzie die aan- en uitspreekt. Om in te nemen. Om door te slikken.
Het is een gebied waar geleefd wordt en Adrie tekende dat als poëzie op, eigenzinnig en in onzekerheid gedrenkt. Waardevolle poëzie. Het moet gezegd en dat doe ik.”

Nieuwe bundel in aantocht

In het najaar zal er weer een z.g. ‘gebiedsbundel’ van mij verschijnen. Inmiddels de vierde. Deze bundels zijn geïnspireerd op reizen naar voornamelijk Noorwegen.

Eén van de gedichten uit de nieuwe bundel:

VERBINDING

de rotsen worden donker
onder het avondgebed
in de staafkerk

waar buiten in het houtsnijwerk
Nidhogg nog altijd aan Yggdrasil knaagt

en ik in strijklicht
deuvels in de gaten sla
en zwaluwstaarten dicht
om woorden te verbinden

nooit sloeg men in de kerk
de spijker op de kop
denk ik gemoedereerd

de zilverberken steken allengs scherper af
tegen de streken vers geteerde lucht

terwijl het landschap
minzaam in duisternis wegzinkt

en in de venijnboom
onder Vidofnirs adelaarsvleugels
een koele avondzucht
nog een slaapliedje zingt

Liggend Naakt (een gedicht)

Na tien jaar reviseren (nee, geen 24/7) heb ik besloten dat het gedicht Liggend Naakt, Een provinciestad in het landschap, maar eens af moet zijn.

Lang geleden heb ik Assen eens een verlegen tutje genoemd. Een beetje liefkozend eigenlijk, maar niet zonder kritiek. Zo’n tutje dat zich niet van eigen schoonheid en capaciteiten bewust is. En al begint ze inmiddels al volwassener te worden, ze is nog teveel aan het traditioneel vertrouwde ouderlijk huis gekluisterd. Ook heb ik me gerealiseerd dat Assen naast het verlegen tutje, ook een machostad is, een garnizoensstad gericht op competitieve sport, auto’s en snelle motoren.

In het gedicht Liggend Naakt (182 pag.) zijn historie, liefde en kritiek op vele manieren doorweven. Ik spreek erin over Assen, maar ook over andere items en Assen spreekt ook over mij. Het is een poging tot het weergeven van een gevoel dat Assen bij mij opwekt. En dat is vooral een haatliefde verhouding.
De online pdf versie is te lezen, of naar wens gratis te downloaden via deze link

Nationaal hitteplan

Nationaal hitteplan

vandaag steek ik mijn middelvinger op
naar vrienden bij de verslavingszorg
want eindelijk val ik onder een doelgroep
die van staatswege moet drinken

dus straks maar lekker
glaasjes klinken in de schaduw op het terras
en niet te dik gekleed natuurlijk
rustig lopend ook, want sowieso
met al het vrouwenbloot op straat
smelt ik als bijenwas
nog ver voor ik de korf verlaat

terwijl ik steeds maar denk
dat suikerberg en zijn bevriende koekjesvreters
alsook de camera’s her en der
mij constant in de smiezen houden
wordt nu mijn medemens gevraagd
wat meer dan anders over mij te waken
en mij van zonnesteek of flauwte
zo mogelijk zien te weerhouden

eindelijk fijn een bejaarde te zijn
want toen ik in mijn jeugd
nog weleens in de tropen bivakkeerde
was er geen sprake van een hitteplan
werd je nog niet geremd door overheidsdictaten
met alle risico’s van dien
en gewoon aan je hittelot overgelaten

Waterspiegel

Na een eerdere samenwerkingscombi op 15 maart hier nog een extraatje.

WATERSPIEGELik zie hier slechts de helftin het land van de donutsmet zwevend boven het watereen verhaspelde…

Geplaatst door Poezie en Kunst op maandag 30 april 2018

Samenwerking met Poezie en Kunst


Een mooie samenwerking, het maken van een gedicht bij een schilderij van Gea Zwart.

En dat terwijl ik over het algemeen niet zo van praatjes bij plaatjes houd, of andersom.
In geïllustreerde dichtbundels is de meerwaarde van de combinatie tekst en beeld vaak ver te zoeken vind ik, al zijn er daarop wel positieve uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de bundel Dood Hout van Albert Bontridder, met illustraties van Corneille.

Dit keer heb ik mij laten verleiden en ben zeker tevreden met het resultaat van de combinatie. Zowel schilderij als gedicht zijn sterk genoeg om zelfstandig door het leven te gaan, wat voor mij ook een voorwaarde is.

Meer over het project Poëzie en Kunst op de Facebook-pagina.